← Table of contents
De heele wereld rond

17. De kokospalm.

Reading edition

Kokospalmen.
Kokospalmen.

Kokospalmen.

Overal in de Zuidzee en in de Indische wateren, waar de kokospalm voorkomt, begroet hij in kleiner of grooter groepen reeds uit de wijde verte den naderenden zeevaarder, en in zijne schaduw ziet men de eerste, verstrooid liggende hutten der eilanders wegschuilen. In Oost-Indië echter liggen geheele steden in het midden van uitgestrekte kokosbosschen, ja, op Ceilon kent men een woud van zulke palmen, dat, zich langs de zeekust uitstrekkend, zes en twintig Eng. mijlen lang en verscheiden uren breed is. Nog onder het Hollandsch bestuur werden uit dit woud jaarlijks zes duizend vaten arak, drie millioen pond touwwerk en eene ontzettende menigte olie gewonnen. Onberekenbaar is de zegen, die in dezen éenen boom besloten ligt, wiens wasdom met den bouw eener statige hooge zuil is te vergelijken.

In de natuur is deze slanke, veertig tot vijftig voet hooge zuil met hare wiegelende groene bladerkroon, alleen staand zoowel als in groepen, het grootste sieraad van het landschap. Naar het zeggen des volks dient de kokosboom tot negen en negentig dingen. De stam, die soms honderd voet hoog wordt, is wel sponsachtig en dun, maar toch vast en bruikbaar tot balken, latten en masten voor huizen en schepen. De holle palmstammen dienen tot goten en waterleidingen; uit de wortels vlecht men korven en wannen het netweefsel aan iederen bladwortel wordt tot kinderwiegen en paklinnen verbruikt. De vezels van de schors alsmede het buitenste omkleedsel van de noot leveren strikken en touwwerk. Het loof is het hoofdvoedsel der tamme olifanten van Ceilon en Ava. Het malsche hart van de bladkroon, de zoogenaamde palmkool, weegt van twintig tot dertig pond en is eene lekkernij voor iedere tafel, door het uitsnijden waarvan men echter den boom voor altijd te gronde richt. De kroon zelve bestaat uit een dozijn groote bladeren; elk blad is twee tot drie voet breed, twaalf tot veertien voet lang, en dient tot het dekken der daken, tot zonne-schermen, tot vlecht- en mandewerk, tot papier, waarop men met griffels schrijft, gedraaid tot fakkels, verbrand tot loog en uitmuntende zeep. Jong zijn de bladeren doorschijnend en dienen den Cingaleezen tot lantaarns; van de sterke bladribben worden vischfuiken, stokken en bezems gemaakt. De gelijktijdige bloesems en vruchten zijn als voedsel en drank onschatbaar. De noten, zoo groot als een menschenhoofd, eirond en driekantig, worden ook groen en onrijp in de Indische keuken op de meest verschillende wijze toebereid, en eene knappe huisvrouw zegt het spreekwoord, moet daar eene maand lang iederen dag een nieuw gerecht van weten op tafel te brengen. Het vocht in de noten, de kokosmelk, is een verfrisschende en gezonde drank.

Bloem- en vruchtkroon van den kokospalm.
Bloem- en vruchtkroon van den kokospalm.

Bloem- en vruchtkroon van den kokospalm.

De op velerlei wijze gebruikte olie wordt licht ranzig en neemt een voor den Europeeër walgenden reuk aan; maar in den jongsten tijd heeft men toch geleerd, haar beter te behandelen en voor kunst en nijverheid dienstbaar te maken. De uitgeperste kern geeft dan nog het beste veevoeder en mest den akker. De harde kokosschil is bij de ruwere stammen de gewone drinknap. De zeer taaie, bruinachtig roode vezels der buitenste schil wordt tot de fijnste en kostbaarste tapijten en weefsels verwerkt; maar hoofdzakelijk dient deze harde, veerkrachtige vezel tot het maken van koorden en touwen, die vooral voor de ankers in de stormachtige Indische zeeën van onschatbare waarde en in vele opzichten boven die van hennep te verkiezen zijn. Uit den nog niet geheel ontwikkelden bloesem wordt door insnijding het sap getapt, dat men palmwijn (toddy) noemt. Versch gebruikt, is het frisch en verkoelend; na korten tijd gist het en wordt bedwelmend; later wordt het zuur en geeft den besten wijnazijn, gedistilleerd den besten Indischen arak en ingekookt suiker (dzjaggeri). Om zoo vele en groote zegeningen staat de boom overal bij de Indische volken in het hoogste aanzien: bij de geboorte van een kind op Ceilon wordt een kokos geplant, en de ringen, die zich bij het groeien rondom den stam vormen, dienen tot aanduiding van den terugkeerenden geboortedag en zijn zoo eene soort van tijdwijzer voor de inboorlingen. De vrome Hindoe verkeert in het geloof, dat op zijn roepen de kokosnoot van zelf voor zijne voeten neervallen moet, en eene vergulde kokosnoot wordt, volgens overoud gebruik, telken jare in de haven van Bombay, als de gunstige wind (moeson) invalt, aan de zee ten offer gebracht, en dan eerst worden de schepen ná den stormtijd weder zeilree gemaakt.

Zoo is deze boom in de plantenwereld voor de kusten en talrijke eilanden der groote Indische wereldzee een even sprekend getuige van de goddelijke macht en goedertierenheid, als in de dierenwereld de kameel dat voor Afrika’s en Azië’s woestijnen is, en kan ’t ons niet meer bevreemden, als de reizigers ons verzekeren, dat kokospalmen alle hutten van Indië en de Zuidzee-eilanden overschaduwen, en dat meer bewoners dier streken van de palmvrucht dan van graan leven.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings