← Table of contents
De Groote Pyramide

Note 5 — Mystieke Theorieën II.

Reading edition

Alleen zij konden erkend worden als kandidaten voor Inwijding, die reeds goed waren zooals menschen goedheid rekenen, volgens de gestrenge maat van de wet. Rein, heilig, zonder bezoedeling, zuiver van zonde, levende zonder overtreding—zoodanig waren enkele van de beschrijvende gezegden die omtrent hen gebruikt werden. Verstandig ook moeten zij zijn, met welontwikkeld en welgeoefend denkvermogen. De ontwikkeling die in de wereld leven na leven voortgezet wordt, het ontwikkelen en meester worden van de vermogens van het denkvermogen, de aandoeningen en den redelijken zin, het leeren door exoterische godsdiensten, het uitoefenen van plichtsvervulling, het streven anderen te helpen en op te heffen—dit alles behoort tot het gewone leven van een ontwikkeld mensch. Wanneer dit alles gedaan is, is de mensch “een goed mensch” geworden, de Chrêstos van de Grieken, en dit moet hij ook zijn vóór hij de Christus, de Gezalfde kan worden. Het exoterisch leven goed vervuld hebbende, wordt hij een kandidaat voor het esoterisch leven en vangt de voorbereiding tot Inwijding aan, hetgeen bestaat in het vervullen van zekere voorwaarden. De voorwaarden bepalen de eigenschappen die hij verkrijgen moet en terwijl hij hard werkt om deze te scheppen, zegt men soms van hem dat hij het Proefpad betreedt, het Pad dat tot de Enge Poort leidt, aan gene zijde waarvan de Smalle Weg is, of het Pad van Heiligheid, de Kruisweg.”5

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings