← Table of contents
De Groote Pyramide

Note 3 — Hoofdstuk I.

Reading edition

In de eerste plaats dan de wetenschappelijke. In zijn voorwoord van het reeds aangehaald werk zegt Budge: “dat de archeologen langen tijd beweerden dat het tijdperk van drie of vierduizend jaren, dat velen voldoende achtten voor de opkomst, den groei, de rijpheid en het verval van de oude Egyptische beschaving, onvoldoende was, en dat de schoone reliefwerken en schilderingen, en de reusachtige Pyramiden, die het werk waren der Egyptenaren van de IVe Dynastie, nooit voortgebracht konden zijn door een volk dat enkele honderden jaren tevoren volkomen of nagenoeg wild was. De juistheid van deze zienswijze is nu bewezen, en het is bekend dat Menâ of Menes niet de eerste Koning van Egypte was3, en dat het beschavingstijdperk dat ons onthuld wordt door de werken der dynastische Egyptenaren, niet als het ware pasklaar te voorschijn sprong gedurende de regeering van dien koning. Het is ook zeker dat een aantal onafhankelijke koningen zoowel in de Delta als in Boven-Egypte moeten geregeerd hebben lang vóór Menâ, hoewel het zeer wel mogelijk is dat hij de eerste geschiedkundige koning was, die er in slaagde zich tot koning van zoowel het Zuiden als het Noorden te maken4”.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings