Note 6 — Tweede afdeeling.
Reading edition
110. De regel, in den aanvang der vorige § genoemd, is natuurlijk alleen van toepassing op die afleidingen en samenstellingen, die nog als zoodanig begrepen worden. Het onveranderd behouden van den eigenlijken vorm der woorden strekt juist ten bewijze, dat men de woorden in hunnen oorsprong en hunne vorming doorziet. Maar wanneer men òf de samenstellende deelen, òf althans één van beide, niet meer verstaat, wanneer derhalve de vorming van het woord niet meer leeft in het bewustzijn der natie, dan hebben de samentreffende letters vrij spel, zij wijzigen elkander naar de behoeften der uitspraak, en de spelling kan zich aan die wijzigingen niet langer onttrekken om den echten vorm des woords voor het oog te herstellen, omdat die echte vorm toch niet meer begrepen, en het woord niet meer als afleiding of samenstelling, maar als ondeelbare eenheid opgevat wordt. Zoo schrijft men ambacht voor andbacht; kerspel voor kerkspel; leidsel voor leidzeel; lichaam voor lijkhaam; misschien voor mag schiên; momboor voor mondboor, enz., omdat in al die woorden het ware begrip voor het taalgevoel verduisterd is. Deze opmerking leidt tot de beantwoording der vraag: Moet men, naar de afleiding, jufvrouw spellen, of wel, naar de uitspraak, juffrouw, gelijk Bilderdijk schreef en thans nog velen schrijven? Omtrent juffer, mejuffer, kan geen twijfel bestaan: het oude vere, ver (voor vrouw), is zoo geheel verouderd, dat hier aan geen herstel der oorspronkelijke spelling te denken valt Maar in juffrouw, mejuffrouw, herkent men nog het subst. vrouw. Is het dus niet raadzaam, daarin de v te behouden? Wij aarzelen niet, die vraag ontkennend te beantwoorden. Dat de wezenlijke vorming des woords in het bewustzijn der natie niet meer leeft, blijkt overtuigend hieruit, dat zelfs een taalkenner als Bilderdijk het eerste deel volstrekt niet verstond en juffrouw als eene verbastering van hofvrouw beschouwde (Taal- en Dichtk. Versch. D. II, bl. 146). Doch de ware geschiedenis des woords was deze. Het oude joncvrouwe, joncvrouw, als joncfrouw uitgesproken, verliep allengs tot jonfrouw, joffrouw, juffrouw. De f ontstond derhalve uit de v door den verscherpenden invloed der keelletter c of k, en vervolgens werd het woord zoodanig ingekort, dat zoowel de c of k als de n wegvielen, waardoor nu de f verdubbeld moest worden. Zal men nu de tweede f weder terugbrengen tot de oude v, door jufvrouw te schrijven? Maar dan hangt die eerste f geheel in de lucht en wordt door niets gerechtvaardigd. Die f is de verdubbeling der oorspronkelijke v, nadat zij tot f verscherpt was; van het oogenblik af, dat zij in de eerste lettergreep gehoord werd, moest ook de aanvangletter der tweede scherp blijven en had de v alle reden van bestaan verloren. Jufvrouw zou aan eene samenstelling uit juf en vrouw doen denken, geheel in strijd met de waarheid: wij zagen reeds, hoe zelfs Bilderdijk daardoor misleid werd. Maar schrijft men juffrouw, dan is de vorm van het woord etymologisch gerechtvaardigd: de dubbele f stelt de samentrekking voor, die door de onderlinge werking der oorspronkelijke v en der beide weggevallene medeklinkers ontstond. En men blijft dan tevens getrouw aan den bovengenoemden regel: in samengestelde woorden, voor zooverre zij nog helder begrepen worden, zich naar de afleiding te richten; doch wanneer zij niet meer in hunne vorming verstaan worden de uitspraak te volgen. Om dezelfde reden hebben wij in § 97 aan nochtans boven nogtans de voorkeur gegeven, omdat ook in dit woord de samenstelling nog dan in het volksbewustzijn niet meer gevoeld wordt. Evenzoo is juffrouw, in analogie met juffer, boven jufvrouw te verkiezen, en te meer omdat het woord veelal òf van een ongehuwd persoon in tegenstelling van eene gehuwde, van een meisje in tegenstelling van eene vrouw gebezigd wordt, òf van eene gehuwde en zelfs bejaarde vrouw van minderen stand, zoodat in het eerste geval het begrip van vrouw, in het tweede dat van jong, in de samenstelling nagenoeg is uitgesleten, om gezamenlijk plaats te maken voor eene nieuwe voorstelling, waarin de beide samenstellende deelen zich in eene eenheid hebben opgelost, die juist door de spelling juffrouw ook voor het oog wordt voorgesteld6.