Note 11 — Tweede afdeeling. (continued 3)
Reading edition
Eene consequente spelling op Grieksche wijze is derhalve zoogoed als onmogelijk; en deze wordt trouwens ook door niemand verlangd. Doch hoewel de Latijnsche schrijfwijze als maatstaf en regel voor de Grieksche beschouwd wordt, maken sommigen eene uitzondering ten opzichte van de κ en φ, die zij niet door de Latijnsche c en ph, maar door k en f teruggegeven willen hebben; zij schrijven daarom theokratie, fyzika of fysika, filosofie of filozofie. Deze spelling, uit welk oogpunt ook beschouwd, is inconsequent en maakt noodeloos inbreuk op den—anders algemeenen—regel. Geschiedt zulks om de spelling meer met het Grieksche spraakgebruik overeen te brengen, dan wordt de f verkeerd aangewend, dewijl φ zoo ooit, zeker niet te allen tijde de waarde van f gehad heeft. Is het om aan de woorden een meer Nederlandsch voorkomen te geven, waarom dan de th en de y ter uitdrukking van de θ en υ behouden, terwijl de enkele t en i de gewone uitspraak dier letters even goed zouden voorstellen? Die spelling is dus inderdaad slechts eene nuttelooze en willekeurige afwijking van de regelmaat, waarop men weder uitzonderingen zou moeten maken. Immers het bezigen van k, waar het Grieksch eene κ heeft, is niet vol te houden. Vele woorden, welker uitspraak bij ons vaststaat, eischen volstrekt de c, als: Bucephalus, Centaur, Cepheus, Cerberus, Cilicië, Cyprus, Cyrus, Macedonië enz. In Cekrops, cykloop en andere zouden c en k om dezelfde letter te vertegenwoordigen naast elkander staan; en wie zou Bakchus of Bakkhus willen schrijven? En toch, elke andere spelling: Bacchus of Bachus, ware dan eene nieuwe onregelmatigheid, eene willekeurige uitzondering op eene uitzondering.—Evenmin laat de f zich consequent bezigen. Men zal toch aan Sappho wel niet den Hoogduitschachtigen vorm Sapfo willen geven. Men verlangt de f voornamelijk om den wille der uitspraak. Nu is het wel niet te ontkennen, dat ph, waar men eene f moet laten hooren, tot verkeerdheden aanleiding kan geven; doch het is evenzeer waar, dat het Nederlandsch als grondbeginsel aangenomen heeft, geen erkenden spelregel, waartoe ook die der Analogie behoort, te verzaken, alleen om eene verkeerde uitspraak te voorkomen11. Men kan béken als bekèn, béving als bevìng, voorkómen als vóórkomen, wéderroepen als wederróépen, óverkomen als overkómen uitspreken; dit is echter nooit als eene afdoende reden beschouwd, om die woorden te spellen op eene wijze, die met geldige regels in strijd is; b.v. niet beeken, beeving, voorkoomen enz. Men zou dus niet gerechtvaardigd zijn, indien men op den algemeen uitvoerbaren regel: Grieksche woorden volgen de Latijnsche spelling, alleen om den wille eener mogelijke verkeerde uitspraak uitzonderingen ging maken. Indien men zich zulks veroorloofde ten opzichte der ph, men zou het ook in andere gevallen als beginsel moeten erkennen; en waar zou dat heen? Wie zich ergert aan de uitspraak catalógus, ódĕon, spèctător, eene wanspraak veel algemeener dan potografie en pizika, zou met hetzelfde recht cataalogus, odeeon, spectaator enz. kunnen eischen: spellingen, die wel niemand verlangt, en die ook niet fraai zouden zijn, maar zeker den lof van consequentie zouden verdienen. De Redactie kan dan ook geene enkele geldige reden bedenken, om ten aanzien der twee genoemde letters anders te handelen, dan zij in de overige gevallen genoodzaakt is te doen. Zij meent derhalve den regel: Grieksche woorden worden op Latijnsche wijze gespeld, consequent te moeten volgen, en schrijft dus ook: academie, theocratie, physica, orthographie, philosophie enz.