Note 7 — Tweede afdeeling. (continued 2)
Reading edition
De p klinkt op zich zelve wel niet leelijker, platter of plomper dan de t, en stellig niet in het gezelschap van de aanverwante m. Er is dan ook geene enkele grondige reden te bedenken, waarom zij geweerd zou moeten worden. De reden, die Bilderdijk daarvoor aanvoerde, was uit de lucht gegrepen. Hij meende, dat men vroeger bloemptje, boomptje enz. geschreven had, dat de p eene tusschenletter was, »alleen uit de verbinding der m en t ontstaan”, en die men »nu dwaaslijk met wegwerping der t wilde behouden”; hij stelde bloempje gelijk met het platte kompt en neempt. Intusschen zijn er geene voorbeelden van de spelling boomptje, bloemptje aan te wijzen, en Bilderdijk’s beweren onderstelt ten onrechte de onmisbaarheid der t in het verkleinende achtervoegsel. Doch dit luidt -je of -jen, niet -tje of -tjen. De t en p worden slechts ingelascht ter versterking van de zoo zachte en zwakke j, waartoe, indien de taal zulks gewild had, ook de derde tenuis k had kunnen dienen, gelijk blijkt uit den Frieschen eigennaam Froukje, hetzelfde woord als Vrouwtje, en uit de werkwoorden boerkje, het boerenbedrijf uitoefenen; briefkje, brieven schrijven, enz. De t heeft in de algemeen Nederlandsche deminutieven evenmin eene beteekenis als de p achter de m en de k in de genoemde Friesche woorden; zij heeft louter euphonische waarde, gelijk de n in honing, diens, wiens enz. De lipletter p staat derhalve in bloempje niet ten koste van de t, maar is, gelijk ook juist kompt, neempt en dergelijke woorden leeren, de natuurlijke en eigenaardige versterking der lipletter m, evenals de tongletter t7 van de tongletters l, n en r in stoeltje, zoontje, deurtje, en als de keelletter k van de keelletter g, die in de verbinding ng nog flauw met den klank der Fransche en Friesche g gehoord wordt. Ten gevolge daarvan zegt men koninkje, woninkje, rottinkje enz., terwijl wel nooit iemand koninktje zal uitgesproken of geschreven hebben. De p is achter de m evenmin overtollig als de t achter een klinker of vloeiende letter, omdat de j dan te zwak wordt geoordeeld; men zal er toch wel nimmer toe komen om raamje, boomje enz. te zeggen, evenmin als zeeje, koeje, stoelje, maanje, deurje.