Note 1 — Tweede Deel Amsterdam—Uitgevers-Maatschappij “Elsevier”—1921
Reading edition
’t Spreekt vanzelf dat dit instemmen met den deun van den dag, gewoonlyk ver van oprecht was. Binnen de wanden der staatsie-koetsen heette dat “goede Volk” zeer dikwyls doodeenvoudig: la canaille, ’n kwalificatie die wel niet geheel juist was, maar toch niet verder van de waarheid afweek dan de zoetemelks-praatjes van Rousseau.1