Note 6 — Tweede Deel Amsterdam—Uitgevers-Maatschappij “Elsevier”—1921 (continued 9)
Reading edition
Om zyn naam als letterkundige eer aan te doen verklaart M. dit te weten, niet door het meten van het touw, maar door het raadplegen van andere bronnen: als Plinius en Plutarchus! Vervolgens geeft hy in I. 1278 het in de opschriften van vorige hoofdstukken (zie blz. 265 en 288)aangekondigde “stuk 17de eeuwsche volksroem,” voorafgegaan door een afbrekende kritiek van Engelsche letterkundigen op Vondel en Cats, n.l. een citaat vol buitenlandsche lof over de geregeld varende Treck-schuyten, “dat bestemd was ’n helder licht te werpen op den vermoedelyken afloop van Wouter’s reis naar Haarlem.”