Note 4 — Tweede Deel Amsterdam—Uitgevers-Maatschappij “Elsevier”—1921 (continued 9)
Reading edition
In het troubadourslied wordt verhaald van de edele Genoveva, die door den verrader Golo van overspel beschuldigd, aan den dood ontkomt, doordat twee dienaars haar met haar kind laten ontkomen. In het woud leeft ze van wortels, haar kind wordt door een hinde gezoogd. Op de iacht vindt haar gemaal haar: Golo’s verraad komt uit en Genoveva wordt in eere hersteld: maar ze blyft een ascetisch, vroom leven leiden, ze voedt zich enkel met boomwortels, en denkt slechts aan Jezus Christus. Als ze sterft treuren allen,—de hinde weigert op haar graf alle voedsel en sterft er.