Note 1 — INLEIDING. (continued 4)
Reading edition
Nu ja, hy had wel de onburgerlyke weelderigheid van zoo’n woestynleven opgemerkt, en zich voorgenomen by gelegenheid ’n plekjen optezoeken, waar ’t ongeluk zoo fraai gekleed kon gaan, maar ’t kwam hem niet in den zin, naar de herkomst van zoo’n garderobe te vragen.1