VOORBERICHT.
Reading edition
Afwisseling van spijs doet eten. Het werkje, hetwelk ik hier aan ons jeugdig publiek aanbied, is noch op historisch, noch op geographisch of letterkundig gebied; het is op dat der phantasie. En waarom mag, in onzen practischen tijd, ook niet de phantasie van tijd tot tijd eens tot haar recht komen? Phantastisch is het daarom niet; ’t is een eenvoudige familiegeschiedenis, waarin groote sprongen noch vreeselijke gebeurtenissen voorvallen; maar waarin de erfenis eener gestorvene moeder een groote rol speelt, een rol, die zeker wel in staat is, om den leeslust van lezeressen en lezers te prikkelen. Want ik schreef het boekje zoo voor meisjes als voor jongens.
Ik twijfel niet, of ook dit werkje zal eene goede ontvangst genieten en vele lezeressen en lezers vinden. Dat er een algemeen zedelijke strekking in is, behoef ik niet te verzekeren. Te schrijven alleen om te vermaken, is mijn gewoonte niet. Ik zou mij den tijd, daaraan besteed, zeker beklagen; nuttig voor de Nederlandsche jeugd te zijn is steeds mijn hoogste doel.
Met aanbeveling van mijn arbeid aan allen, wien de opvoeding en ’t onderwijs der Nederlandsche jeugd zijn toevertrouwd, zend ik deze „Erfenis eener Moeder” de wereld in.
Amsterdam, 1877.
P. J. ANDRIESSEN.
BERICHT VOOR DEN TWEEDEN DRUK.
Dat de schrijver zijn hoogste doel, nuttig voor de Nederlandsche jeugd te zijn, geheel bereikt heeft, wie zal ’t betwijfelen?
Duizende exemplaren toch, worden jaarlijks van zijn verschillende boeken nog voor die jeugd gekocht, ter belooning van—en ter opwekking tot het goede.
Amsterdam, 1893.
DE UITGEVER.
BERICHT VOOR DEN DERDEN DRUK.
„Duizende exemplaren worden nog jaarlijks van Andriessen’s boeken verkocht”—zoo vermeldde het „Bericht voor den Tweeden Druk”. Het noodig zijn van een Derden Druk bewijst wel, dat Andriessen nog steeds onvergetelijk blijft voor de Nederlandsche jeugd.
Amsterdam, 1902.
DE UITGEVER.