Note 1 — EERSTE BOEK
Willem Jacob Aarland Roldanus translation
De dochter haatte de moeder, omdat zij haar mooi vond en haar verweet haar niet even mooi gemaakt te hebben als zij zelf was. Iederen dag leed zij eronder, dat zij niet begeerd werd, dat aller begeerten nog uitgingen naar haar moeder. Daar zij grappig en bijtend boosaardig was, luisterde men graag naar haar en lachte om haar; maar de blikken van alle mannen, zelfs van de jongste, ja vooral van de jongste, keerden ten slotte weer terug naar de triompheerende moeder, die niet oud worden wilde. En thans had zij met haar wilde energie besloten haar haar laatsten amant te ontrooven en met dezen Gérard, wiens verlies haar ongetwijfeld dooden zou, te trouwen. Dank zij haar bruidsschat van vijf millioen ontbrak het niet aan huwelijkscandidaten; maar zij voelde zich volstrekt niet gevleid daardoor en placht met haar boosaardig lachje te zeggen: “Lieve Hemel, voor vijf millioen zouden zij er een uit de Salpêtrière1 nemen.” Maar langzamerhand was zij zelf verliefd geworden op Gérard, die in zijn medelijdende goedheid steeds heel vriendelijk tegenover het jonge meisje was. Hij leed onder haar verlatenheid, van lieverlede liet hij zich inpalmen door haar dankbare liefde, die zij voor hem blijken liet; de mooie man voelde zich gevleid haar god te zijn, haar tot slavin te hebben; en bij zijn poging om te breken met de moeder, die hij moede begon te worden, voegde zich zeker ook de gedachte, zich te laten trouwen door de dochter, wat per slot van rekening een zeer makkelijke oplossing was, ofschoon hij het zich niet bekende, daar hij zich schaamde en erg opzag tegen al de verwikkelingen en tranen, die niet uitblijven konden.