Note 2 — TWEEDE DAG
Willem Jacob Aarland Roldanus translation
Het was acht uur, de zon, een triomphantelijke Augustuszon, stond en vlamde reeds hoog aan den wonderbaren, helderen hemel. Het scheen, alsof het blauw der lucht, schoongewasschen door het nachtelijke onweer, geheel nieuw en jeugdig-frisch was. En het verschrikkelijke défilé rolde voort op den hellenden weg in de schittering van den glorierijken ochtend. Er kwam geen einde aan: de stoet van afschuwlijkheden werd steeds langer. Geen enkele orde was erin; het was een mengelmoes van alle kwalen, de ontruiming van een hel, waarin men de monsterachtigste ziekten, de zeldzame gevallen, de unica, die je doen huiveren, bijeengebracht zou hebben. Het waren door eczeem weggevreten hoofden, met uitslag bezaaide gezichten, neuzen en monden, waarvan de elephantiasis2 afzichtelijke snuiten gemaakt had. Ziekten, die men uitgestorven waande, stonden weer op, een oude vrouw had lepra, een tweede was overdekt met huidmos, als een boom, die in de schaduw staat weg te rotten. Dan kwamen waterzuchtigen voorbij, opgeblazen als volle waterzakken, de opgezwollen buik onder de kleeren uitstekend; handen, misvormd door rheumatiek, hingen buiten de draagbaren; voeten, opgezet door water, staken er onherkenbaar en als met lompen volgestopte zakken uit.