← Table of contents
De Decamerone van Boccaccio

Note 34 — Zesde Dag.

J. K. (Jacques Karel) Rensburg translation

Toen de jonge dames hier aangekomen waren na overal te hebben rondgekeken, prezen zij die plaats zeer. Daar het zeer warm was en zij het waterbekken voor zich zagen, overlegden zij of zij daar zouden baden. Na hun meid last te hebben gegeven op den weg te blijven staan en op te letten of er iemand aankwam, ontkleedden zij zich alle zeven en gingen in het water, dat de blankheid van hun lichaam niet meer verborg dan een doorschijnend glas het een roode roos zou hebben gedaan. Daar ze allen er in gegaan waren, zonder dat het water er eenigszins onhelder van geworden was, begonnen zij hier en daar de visschen te vangen met de handen, daar die zich niet konden verbergen. Bij dit vermaak maakten ze er enkelen buit en na eenigen tijd gingen zij er uit; zij kleedden zich weer aan en toen was het uur daar om huiswaarts te keeren. Vroegtijdig bij het paleis aangekomen, vonden zij er nog de jongelieden bij het spel. Pampinea sprak lachend: Wij hebben ons heden waarlijk bedrogen! Waarom, vroeg Dioneo, begint gij dan eerst met daden eer gij met woorden aanvangt!34 Pampinea vertelde hem uitvoerig, vanwaar zij kwamen en hoe de plaats er uit zag en wat zij hadden gedaan. De koning, die van de schoonheid van die plek hoorde en deze verlangde te zien, liet snel het avondmaal komen; toen dit allen verzadigd had, gingen de drie jongelieden met hun bedienden naar die vallei en zij prezen deze als een van de schoonste plaatsen van de wereld. En nadat zij er gebaad en zich weer aangekleed hadden en het reeds zeer laat was, keerden zij huiswaarts, waar zij de donna’s dansende vonden, op een wijs, die Fiammetta zong. Toen de dans gedaan was, begonnen zij over de Dames-Vallei te praten en spraken met zooveel lof daarvan, dat de koning den hofmeester ontbood, beval hem het maal voor den volgenden morgen daar klaar te zetten en er bedden te laten aandragen, indien men er wilde slapen of s’esta houden. Hierna liet hij lichten komen, wijn en meelspijzen. Na gebruik daarvan beval hij, zich gereed te maken tot den dans. Toen Pamfilo op zijn bevel een dans geordend had, keerde de koning zich tot Elisa en sprak tot haar met gratie: Schoone, jonge dame. Door u had ik de eer de krans te worden opgezet, en nu wil ik vanavond u de eer laten voor den zang en zing dus het lied, dat U het meest zal behagen. Elisa antwoordde glimlachend, dat zij dit gaarne wilde en begon met een zachte stem aldus:

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings