← Table of contents
De Decamerone van Boccaccio

Note 22 — Zesde Dag.

J. K. (Jacques Karel) Rensburg translation

Eens was Guido vertrokken van den Tuin van San Michele en langs de renbaan van Adimari tot San Giovanni gekomen. Er waren toen rondom San Giovanni groote graven in marmer en steen, die thans zich bevinden in Santa Reparata. Toen hij tusschen de zuilen van porfier22 gekomen was, en die graven en de poort van San Giovanni, welke gesloten was kwam messer Betto met zijn gezelschap over het Santa Reparata-plein en toen ze Guido tusschen die graven zagen, zeiden ze: Laten we hem eens plagen. Ze gaven hun paarden de sporen, alsof zij voor de grap een aanval op hem deden, waren achter hem, voor hij het merkte en zeiden hem: Guido, gij weigert ons gezelschap, maar kijk, als gij bevonden zult hebben, dat God niet bestaat, wat zult gij dan doen? Hierop antwoordde Guido vlug, die zich door hen ingesloten zag: Heeren, u kunt mij bij u thuis zeggen, wat gij wilt, en nadat hij zijn hand op een van die graven had gelegd, die groot waren, sprong hij er licht over heen en kwam aan den anderen kant en ging van hen bevrijd heen.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings