← Table of contents
De Decamerone van Boccaccio

Note 10 — Zesde Dag.

J. K. (Jacques Karel) Rensburg translation

Toen Pampinea haar vertelling geëindigd had, en zoowel het antwoord als de vrijgevigheid van Cisti door allen zeer waren geprezen, behaagde het aan de koningin, dat Laurella daarna zou spreken, die vroolijk aldus met verhalen begon: Bekoorlijke donna’s. Eerst heeft Pampinea en nu Filomena inderdaad genoeg gesproken van ons gebrek aan geest en de schoonheid van gevatte woorden, waartoe het dus niet noodig is terug te keeren. Maar behalve dat, wat al van antwoorden gezegd is, is hun hoedanigheid zoo, dat zij hen, die ze verstaat, niet meer moeten bijten als schapen en niet als de hond, want wanneer het woord zóó sterk bijt, dan is het geen scherts meer maar een beleediging. Dit deden heel goed zoowel de woorden van mevrouw Oretta als het antwoord van Cisti. Het is waar, dat, als men tot verweer spreekt en hij, die dan antwoordt, bijt als een hond, diegene mij niet te laken schijnt, die het eerst door een hond is gebeten, daar dit anders niet zou gebeurd wezen en men moet dus er op letten, hoe, wanneer en met wien en ook waar men schertst. Omdat een onzer prelaten daar geen acht op gaf, ontving hij geen minderen beet, dan hij gaf, wat ik u in een klein verhaal wil aantoonen. Toen messer Antonio d’Orso bisschop was van Florence, een waardig en wijs prelaat, kwam daar een catalaansch edelman, messer Dego10 della Ratta, maarschalk van koning Ruberto11. Daar die edelman zeer schoon van lichaam was en een zeer groot liefhebber van vrouwen, bekoorde onder de andere florentijnsche donna’s hem er een, die zeer schoon was en de nicht van een broeder des genoemden bisschops. Daar hij had bemerkt, dat haar echtgenoot, van hoe goede familie ook, zeer gierig was en slecht, kwam hij met hem overeen hem vijfhonderd goudguldens te geven, als hij hem een nacht met zijn vrouw zou laten slapen. Daarom liet hij zilveren popolijnen12, die toen koers hadden, vergulden en gaf hem die na met de vrouw te hebben geslapen, hoewel het tegen haar zin was. Daar allen dit wisten, had de gemeene kerel er schade bij en spot en de bisschop als wijs man deed of hij niets er van wist.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings