← Table of contents
De Decamerone van Boccaccio

Note 8 — Zesde Dag.

J. K. (Jacques Karel) Rensburg translation

De knecht ging terug en zeide: Cisti, stellig zendt messer Geri mij toch naar u. Cisti antwoordde: Mijn zoon, dat is bepaald niet waar. Aan wien zendt hij mij dan? vroeg de knecht. Cisti hernam: Naar de Arno.8 De knecht berichtte dit aan messer Geri en dadelijk gingen zijn geestesoogen hem open en sprak hij tot den knecht: Laat mij de flesch zien, die gij medebrengt. Nadat hij die had gezien, zeide hij: Cisti zegt de waarheid en na hem te hebben beschimpt liet hij hem een passende flesch meenemen, Cisti zag de flesch opnieuw en zeide: Nu weet ik zeker, dat hij u naar mij toezendt en hij vulde haar met genoegen. Denzelfden dag liet hij een vat met dien wijn vullen en liet dit zachtjes9 naar het huis van messer Geri dragen, ging er vervolgens zelf heen, vond hem en zeide: Messer, ik wilde niet, dat gij gelooven zoudt, dat de groote flesch vanmorgen mij had verschrikt, maar daar het mij scheen, dat gij vergeten waart, dat ik mij aan u dezer dagen vertoond had met kleine flesschen, namelijk met wijn die niet voor de bedienden is, heb ik u dit vanochtend willen herinneren. Daar ik er niet langer op wil passen, heb ik u dien doen toekomen; doe er thans mee wat gij wilt. Aan messer Geri was het geschenk van Cisti zeer aangenaam en hij toonde hem zooveel dank als passend was en hield hem daarna steeds in eere en tot vriend.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings