← Table of contents
De Decamerone van Boccaccio

Note 4 — Vijfde Dag.

J. K. (Jacques Karel) Rensburg translation

Destijds was Mariabdela koning van Tunis en verzamelde een jonkman van hooge geboorte en groote macht, die zich te Granada bevond een zeer groote menigte manschappen met de bewering, dat hem de heerschappij over Tunis toebehoorde en rukte tegen dien koning op om hem van den troon te jagen. Dit kwam Martuccio Gomito in de gevangenis ter ooren, die het Barbarijsch goed kende en toen hij hoorde, dat de koning van Tunis een zeer groote macht tot zijn verdediging bijeen bracht, zeide hij tot een der lieden, die hem en zijn makkers bewaakten: Wanneer ik den koning mag spreken, maak ik mij sterk hem een raad te geven, waardoor hij in zijn strijd zal zegevieren. De wachter bracht die woorden aan zijn heer over, die het dadelijk aan den koning berichtte. De koning gelastte, dat Martuccio bij hem gebracht werd en vroeg hem, wat die raad was. Deze antwoordde hem aldus: Heer, als ik wel in een vroeger tijd, toen ik Uw rijk bezocht, Uw strijdwijze heb gade geslagen, schijnt het mij, dat gij die eerder met boogschutters volgt dan met andere soldaten en daarom, als men een middel kon vinden, dat Uw tegenstanders pijlen zouden missen en de Uwen er in overvloed hadden, denk ik, dat gij in den krijg zoudt winnen. Hierop sprak de koning: Zonder twijfel, als dat kon, zou ik zeker overwinnaar zijn. Martuccio ging voort: Heer, indien gij het wilt, kan dat heel goed en ziehier hoe: gij moet voor de bogen van Uw boogschutters koorden laten maken veel dunner dan men ze gewoonlijk overal gebruikt; dan moet gij pijlen laten vervaardigen, waarvan de kepen alleen op die koorden passen en dat alles moet zoo in ’t geheim geschieden, dat Uw tegenstander het niet weet, want anders zal hij een middel vinden tot tegenweer. En ziehier waarom ik zoo spreek: wanneer de boogschutters van Uw vijand hun pijlen zullen hebben geworpen en de Uwen hun schichten, weet gij, dat de vijanden de pijlen oprapen, die de Uwen hebben afgeschoten evenals wij die van den vijand. Maar als de vijand zich van de onzen niet kan bedienen, omdat de kleine kepen niet op zijn dikke koorden passen, terwijl juist het tegenovergestelde het geval zal zijn met de schichten van den vijand, zullen de dunne koorden wel de pijlen dragen met een groote keep en zoo zullen de Uwen er overvloedig van voorzien worden, terwijl Uw tegenstanders er gebrek aan zullen krijgen.4

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings