← Table of contents
De Decamerone van Boccaccio

Note 3 — Vijfde Dag.

J. K. (Jacques Karel) Rensburg translation

Het jonge meisje bemerkte niet meer of zij in land of in zee was, want zij had besloten, wat er ook zou gebeuren het hoofd niet op te heffen en had dit dan ook niet gedaan. Er was bij toeval op het strand, toen de bark er op zou stooten, een arme goede vrouw bezig de netten der visschers uit de zon te trekken en die bij het gezicht van de bark er zich over verwonderde, dat men die met vol zeil op de kust had laten loopen. Denkend, dat de visschers er op waren ingeslapen, begaf zij zich er heen en zag er slechts een jong meisje in, dat sliep. Nadat zij het meermalen geroepen had, wist zij het eindelijk te wekken en daar zij het aan haar kleederen herkend als Christin en zij Latijn3 sprak, vroeg zij haar, hoe zij daar zoo alleen in die bark gekomen was. Het jonge meisje, dat Latijn hoorde spreken, twijfelde er aan of zij misschien niet door een anderen wind naar Lipari was teruggekeerd en plotseling opgestaan keek zij rond en daar zij dit wel kende, vroeg zij aan de goede vrouw, waar zij was. Deze antwoordde: Mijn kind, gij zijt dicht bij Susa in Barbarije. Toen het jonge meisje dit hoorde, ging het aan den voet van de bark zitten wanhopig, dat God haar den dood niet had willen zenden en vreezend, dat haar schande zou overkomen en begon te schreien.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings