← Table of contents
De Decamerone van Boccaccio

Note 13 — Vijfde Dag.

J. K. (Jacques Karel) Rensburg translation

Er was vroeger in Ravenna, een zeer oude stad van Romagna een groot aantal edele ridders, onder welken een jonkman Nastagio degli Onesti, dien de dood van zijn vader en van een zijner ooms onschatbaar rijk had achtergelaten. Deze, gelijk het met jongelieden gebeurt, omdat hij zonder vrouw was, werd verliefd op de dochter van messer Paolo Traversaro13, een meisje van veel hooger adel dan hij en hij hoopte door zijn pogingen haar op hem verliefd te maken. Maar dezen, hoe grootsch, schoon en lofwaardig ze ook waren, deden haar niet alleen geen genoegen, maar schenen haar zelfs te vervelen, zoo wreed, hard en ruw toonde zich het beminde meisje, misschien door haar bijzondere schoonheid of door haar zoo hoogen adel zoo trotsch en aanmatigend geworden, dat noch hij, noch iets van hem haar kon behagen. Dat was voor Nastagio zoo zwaar te dragen, dat hij van verdriet meermalen na zich beklaagd te hebben, van plan was haar te vermoorden. Daarna zich bedwingend, nam hij zich vaak voor haar geheel te laten varen, of, indien hij kon, haar te laten gelijk zij hem. Maar vergeefs nam hij zulk een besluit, omdat, hoe meer hem de hoop ontbrak, des te meer groeide zijn liefde aan. Daar hij volhield het meisje lief te hebben en doorging met bovenmatig geld verteren, scheen het aan sommigen van zijn vrienden en verwanten, dat hij beide: zich zelf en het zijne te verteren scheen. Daarom verzochten en raadden zij hem meermalen uit Ravenna te vertrekken en eenigen tijd in een andere plaats te vertoeven; dan zou daardoor de liefde en de verkwisting ophouden.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings