← Table of contents
De Decamerone van Boccaccio

Note 15 — Vijfde Dag. (continued 2)

J. K. (Jacques Karel) Rensburg translation

Na dit bijgewoond te hebben stond hij langen tijd medelijdend en beangst en het kwam hem voor, dat dit veel voor hem waard kon zijn, omdat het tooneel er zich elken Vrijdag herhaalde. Daarom na wel de plaats te hebben opgemerkt, ging hij naar zijn bedienden terug en vervolgens, toen het hem goed dacht, zeide hij tot zijn verwanten en vrienden, die hij had ontboden: Gij hebt mij lang aangespoord mijn vijandin niet meer te beminnen en een eind te maken aan mijn verkwisting en ik ben bereid dit te doen, wanneer gij mij één gunst toestaat namelijk deze, dat gij aanstaanden Vrijdag het zoo regelt, dat messer Paolo Traversaro, zijn vrouw, zijn dochter, al de hun verwante vrouwen en alle andere donna’s, die gij verkiest, bij mij zullen komen middagmalen. Wat ik hiermee wil, zult gij dan zien. Het scheen hun een licht werk om dit te doen en te Ravenna terug gekeerd noodigden zij, toen het tijd was, hen uit, die Nastagio wenschte en hoewel het moeite kostte het meisje er heen te krijgen door hem bemind, ging dit er toch met de anderen samen heen. Nastagio liet een prachtig maal gereed maken en liet de tafels onder de pijnboomen zetten vlak bij de plek, waar hij het verscheuren van de wreede donna had gezien en nadat hij de heeren en dames aan tafel had laten gaan, had hij dit zoo geregeld, dat het beminde meisje juist door hem geplaatst werd tegenover de plek, waar het feit weer moest geschieden. Toen het laatste gerecht was opgedragen, begonnen allen de wanhoopskreten van de opgejaagde donna te hooren. Iedereen was daarover zeer verwonderd en vroeg, wat dat dat was en daar niemand het wist te zeggen, stonden zij allen recht overeind en kijkend, wat dat kon wezen, zagen zij het klagende meisje en den ridder en de honden, en het duurde maar een oogenblik, of zij waren bij hen. Het rumoer werd groot, zoowel van de honden als van den ridder en velen, om het meisje te helpen, liepen er op af. Maar de ridder sprak hen toe gelijk hij het Nastagio had gedaan en deed ze niet alleen terug deinzen, maar verschrikte ze allen en vervulde ze met verwondering. Hij deed, wat hij vroeger had gedaan en zooveel donna’s, als er waren (want er waren er genoeg, die verwant geweest waren of met het klagende meisje of met den ridder en die zich zoowel zijn liefde als zijn dood herinnerden) begonnen allen jammerlijk te schreien, alsof zij het zich zelf zagen doen.15 Toen dit gebeurd was en de donna en de ridder waren verdwenen, begonnen zij, die dit gezien hadden, daarover vele en verschillende gesprekken, maar onder degenen, die het meest verschrikt waren, bevond zich de wreede, jonge dame door Nastagio bemind, welke alles duidelijk had gezien en gehoord en in zich zelf begrepen had meer dan iemand anders op wie die dingen sloegen, terwijl zij zich de wreedheid herinnerde, door haar steeds tegen Nastagio volgehouden. Daarom scheen het haar, of zij al voor hem, die vol toorn was, vluchtte en of zij de honden aan haar zijden voelde. En zoo groot was de vrees, die daaruit bij haar ontstond, dat het haar niet zou overkomen, dat zij den tijd niet afwachtte (welke haar dienzelfden avond gegeven was) om met haat in liefde veranderd, een kamenier aan haar getrouw naar Nastagio te sturen, die hem van haar kant verzocht, of hij bij haar wou komen. Want zij was bereid alles te doen, wat hij begeerde. Hierop liet Nastagio antwoorden, dat hem dit zeer aangenaam was, maar dat, als het haar zou behagen, hij haar genoegen slechts met eer wenschte en dat was om haar te trouwen. Het meisje, dat wist, dat het slechts haar schuld was, als zij niet de vrouw van Nastagio werd, liet hem antwoorden, dat het haar aanstond. Daarom maakte zij zich zelf tot bode van dit alles en zeide tot haar vader en moeder, dat zij er tevreden mee was de vrouw van Nastagio te worden. Dezen waren daarover zeer verheugd en den volgenden Zondag huwde Nastagio haar en vierde bruiloft en leefde lang gelukkig met haar. En die angst was niet alleen de oorzaak van dit geluk, maar alle Ravenneesche donna’s werden er bang van, zoodat zij sedert veel inschikkelijker werden voor de genoegens der mannen dan zij eerst geweest waren.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings