← Table of contents
De Decamerone van Boccaccio

Note 6 — Vierde Dag.

J. K. (Jacques Karel) Rensburg translation

Eenige dagen later ging hij vergezeld van een zijner getrouwen naar het huis van madonna Lisetta en nadat hij zich met haar alleen in een zaal had begeven en door geen anderen kon gezien worden, wierp hij zich voor haar op de knieën en sprak: Madonna, ik bid God, dat gij mij vergeeft, wat ik u Zondag, toen ik over uw schoonheid sprak, gezegd heb, daar ik er den volgenden nacht zoo wreed voor gekastijd ben, dat ik daarna mij niet meer kon oprichten voor heden. Toen vroeg de malle donna: En wie kastijdde u aldus? Alberto ging voort: Dat zal ik u vertellen. Toen ik ’s nachts bezig was te bidden gelijk ik steeds gewoon ben, zag ik opeens in mijn cel een groote glans en eer ik mij had kunnen omwenden om te zien, wat dat beteekende, zag ik boven mij een schoonen jongeling met een grooten stok in de hand, die mij bij de kap greep, mij neerdrukte en mij zoo ranselde, dat hij mij geheel radbraakte. Ik vroeg hem daarna, waarom hij zoo te werk was gegaan en hij antwoordde: Omdat gij heden u verstout hebt de hemelsche schoonheid van madonna Lisetta te misprijzen, welke ik, God uitgezonderd, boven alles lief heb. Toen vroeg ik: Wie is u! Hierop antwoordde hij, dat hij de engel Gabriël was. O mijn heer, zei ik, ik bid u mij te vergeven. Toen voegde hij er bij: Welnu, ik zal u vergeven, mits gij naar haar toe gaat, zoo spoedig gij kunt en u doet vergeven door haar. Maar als zij het niet doet, zal ik hier terugkeeren en ik zal je zooveel slaag geven, dat ik jou je heele leven zal vergallen, zoolang als je op deze wereld blijft. Wat hij mij daarop vertelde, durf ik u niet mede te deelen, indien gij mij niet eerst genade schenkt. Donna Leeghoofd, die niet erg galachtig was uitgevallen, werd zeer blijde, toen zij die woorden hoorde en geloofde, dat alles waar was en zeide kort daarop: Ik zei het wel, broeder Alberto, dat mijn schoonheden hemelsch waren, maar als God mij helpt, heb ik medelijden met u en opdat u geen kwaad meer overkomt, vergeef ik u, indien gij mij naar waarheid verhaalt, wat de engel u daarna zeide. Fra Alberto ging voort: Madonna, omdat gij mij hebt vergeven, zal ik het u gaarne zeggen, maar denk aan een ding, dit zeg ik u, dat gij er u voor wacht aan wien ook ter wereld te vertellen, wat de engel Gabriël mij meldde, dat ik u moest berichten en dat gij hem zoo bekoorde, dat hij meermalen ’s nachts bij u zou zijn gekomen, als het niet was geweest om u niet te verschrikken. Nu bericht hij u door mijn mond, dat hij een nacht bij u wil komen en een heelen tijd bij u wil blijven en omdat hij engel is en gij hem niet in de gedaante daarvan, als hij komt, kunt aanraken, zegt hij, dat hij om u een plezier te doen in de gestalte van een man wil komen en daartoe vraagt hij of gij hem wilt laten weten, wanneer hij kan komen en in de gedaante van wien en dat hij zich hierheen zal begeven. Hierom moogt gij u meer dan eenige andere donna, die leeft, gelukkig achten. Madonna de Zottin antwoordde toen, dat het haar zeer zou bevallen, indien de engel Gabriël haar lief had, daar zij hem zeer beminde en dat zij nooit faalde op de plaatsen, waar zij zijn beeld zag, een kaars te branden, die niet minstens een mattapan6 waard was en dat hij op welk uur hij verkoos mocht komen; dat hij haar heel alleen in de haar kamer zou vinden, maar op voorwaarde dat hij haar niet voor de Heilige Maagd in den steek zou laten, waarvan men haar verteld had, dat die deze zeer welgezind was en dat scheen haar ook zoo te zijn, want overal waar zij hem slechts zag, lag hij voor deze op de knieën. Bovendien stond het aan hem te komen in welken vorm hij maar wilde, mits zij er maar niet bang voor behoefde te zijn. Toen zeide fra Alberto: Madonna, gij spreekt verstandig en ik zal alles op zijn best met hem in orde brengen gelijk gij zegt. Maar gij kunt mij een groote gunst bewijzen, die aan u niets zal kosten en dat is deze, dat gij verlangt, dat hij in mijn gedaante komt. En hoor, waardoor gij mij aldus een gunst bewijst, hij zal mij den geest uit het lichaam trekken en dien in het paradijs voeren. Hij zal in mijn lichaam wezen, zoolang hij met u zal zijn en ik zal zoolang in het paradijs zijn. De domme juffrouw antwoordde: Dat bevalt mij zeer. Ik wil, dat in plaats van de slagen, die hij u om mijnentwil gaf, gij dien troost zult deelachtig worden. Toen sprak broeder Alberto: Zorg dan, dat hij vannacht de deur van uw huis open vindt om binnen te kunnen treden, omdat, wanneer hij in menschelijk gedaante komt, gelijk hij zal doen, hij alleen door deze binnen kan gaan. De donna antwoordde, dat het zou gebeuren. Broeder Alberto ging heen en zij bleef zoo verheugd achter, dat zij geen oogenblik meer stil kon blijven zitten en dat het haar duizend jaar scheen te duren, eer de engel Gabriël kwam. Broeder Alberto die bedacht, dat hij dien nacht ruiter en geen engel moest wezen, begon zich met meelspijzen en ander goed voedsel te versterken, opdat hij niet licht van het paard zou worden geworpen. En nadat hij verlof had gekregen, begaf hij zich met een metgezel, toen het nacht was, naar het huis van een zijner vriendinnen, waar hij meermalen van was uitgegaan, wanneer hij merries moest berijden. Vandaar, toen het oogenblik hem gekomen scheen, begaf hij zich verkleed naar de woning van de donna en toen hij daar binnen was gekomen, veranderde hij zich met de kleeren, die hij bij zich droeg, in den engel en klom naar boven en trad de kamer van de donna in. Toen deze hem zoo in het wit zag, knielde zij voor hem neer, de engel zegende haar, deed haar opstaan en gaf haar een teeken, dat zij naar bed moest gaan. Zij geneigd om te gehoorzamen, deed dit spoedig en de engel ging naast de hem toegewijdde donna liggen. Broeder Alberto was een knap man en forsch van lichaam en hij stond maar al te goed op zijn beenen. Daar hij bij donna Lisetta lag, die frisch was en teeder en hij haar heel wat beteren bijslaap gaf dan haar man, vloog zij menigen nacht zonder vleugels, waarover zij zeer tevreden was. Bovendien sprak hij haar veel van de hemelsche glorie. Toen de dag naderde en hij zijn terugkeer had geregeld, ging hij met zijn gewone kleeren naar buiten en ging naar zijn metgezel, welke, opdat hij niet bang hoefde te wezen om alleen te slapen, de huishoudster vriendelijk gezelschap had gehouden. Nadat de donna had ontbeten, ging zij met haar gezellin naar broeder Alberto en vertelde hem nieuws van den engel Gabriël en wat zij gehoord had van de glorie van het eeuwige leven en wat hij gedaan had en voegde er nog wonderlijke verzinsels bij. Hierop antwoordde broeder Alberto: Madonna, ik weet niet, hoe gij u met hem bevonden hebt. Wel weet ik, dat van nacht, toen hij bij mij kwam en ik uw boodschap aan hem had gebracht, hij mijn ziel dadelijk tusschen zooveel bloemen en rozen voerde, als men er ooit van aanschouwde en ik bleef tot vanmorgen bij de vroegmetten in een van de bekoorlijkste oorden, die er bestond. Wat er met mijn lichaam gebeurd is, weet ik niet. Zeide ik het u niet sprak de donna.—Uw lichaam bleef den geheelen nacht in mijn armen met den engel Gabriël en als gij mij niet gelooft, zie dan onder de linkerborst, waar ik een sterke kus aan den engel gaf, zoodat het spoor er van verscheidene dagen zal blijven. Vervolgens ging broeder Alberto voort: Ik zal heden wel iets doen, wat ik sinds lang niet gedaan heb: ik zal mij ontkleeden om te zien of gij de waarheid spreekt. En na veel onzin te hebben verteld, ging de donna naar huis terug, waarheen sedert broeder Alberto zich meermalen begaf in de gedaante van een engel zonder op eenige hindernis te stuiten.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings