← Table of contents
De Decamerone van Boccaccio

Note 14 — Vierde Dag.

J. K. (Jacques Karel) Rensburg translation

Hij, aan wien de boodschap was opgedragen, verrichtte deze zeer goed en keerde naar Tunis terug. Toen Gerbino dit hoorde en wist, dat koning Guglielmo, zijn grootvader de geruststelling had gegeven aan den koning van Tunis, wist hij niet wat te doen, maar toch werd hij door liefde aangespoord, en had hij de woorden der donna begrepen. Om niet laf te schijnen ging hij naar Messina, waar hij ijlings twee lichte galeien deed bewapenen; nadat hij er dappere mannen op geplaatst had, begaf hij zich met die schepen naar Sardinië, omdat hij meende, dat daar het vaartuig van de donna moest voorbijgaan. Het gevolg van zijn plan bleef niet lang uit, daar weinige dagen later het schip met weinig wind niet ver van de plaats, waar hij het in stilte verwachtte, aankwam. Gerbino zag dit en zeide tot zijn metgezellen: Heeren, wanneer gij zoo dapper zijt als ik denk, geloof ik niet, dat een van u nooit liefde zal gevoeld hebben of nog gevoelt, zonder welke, naar ik zelf meen, geen sterveling eenige deugd of iets goeds in zich kan dragen en als gij verliefd geweest zijt of nog zijt, zal het voor u gemakkelijk zijn te begrijpen wat ik verlang. Ik heb lief en de liefde drijft mij u deze inspanning te veroorzaken en wie ik lief heb, bevindt zich op het schip, dat gij daar voor u ziet, hetwelk met dat wat ik het meeste begeer vol groote rijkdommen is, die wij, als gij dappere kerels zijt, met weinig moeite door flink te vechten, kunnen veroveren. Van deze zegepraal zoek ik niets anders als aandeel voor mij dan een vrouw; uit liefde tot haar voer ik de wapenen; al het andere behoore u volop. Laat ons dus gaan en met goed geluk het schip aanvallen. God, gunstig gestemd voor onze onderneming, houdt het hier vast zonder het wind te verte verleenen. De knappe Gerbino had zooveel woorden niet noodig, omdat de Messineezen, die hem vergezelden, begeerig waren naar buit en reeds geneigd waren dat te doen, waartoe Gerbino ze met woorden aanzette. Daarom hieven zij bij het slot van zijn woorden een luid geschreeuw aan van: Zoo zij het! en de trompetten klonken, zij grepen de wapens, staken de riemen in het water en bereikten het schip. Zij, die er op waren, zagen de galeien van verre komen en daar zij niet konden vertrekken, maakten zij zich gereed tot verdediging. De schoone Gerbino, toen hij het naderde, beval, dat de heeren van het schip op de galeien zouden komen, indien zij geen gevecht wenschten. De Saracenen, wetend wie zij waren en wat zij wenschten, zeiden, dat dit tegen de verzekering was hun gegeven door den koning van hun aanvallers en tot teeken daarvan toonden zij den handschoen van koning Guiglielmo en weigerden volstrekt ooit, tenzij door een strijd, zich over te geven of iets wat zich op hun schip bevond af te staan. Gerbino, die op den achtersteven van het schip de donna gezien had, veel schooner, dan hij in zich zelf had gedacht, nog meer dan vroeger ontvlamd, antwoordde bij het toonen van den handschoen, dat er geen valken waren, zoodat er geen handschoen noodig was14 en zich, daar ze de donna niet wilden overgeven, gereed te maken den slag te beginnen, welke zonder uitstel plaats had. Zij begonnen elkaar duchtig met pijlen te beschieten en met steenen te gooien en lang tot schade van beide vochten zij op die wijze. Ten slotte zag Gerbino, dat het weinig hielp, nam een klein scheepje, dat hij van Sardinië had meegevoerd, stak het in brand en naderde met de twee galeien vlak bij het vaartuig. De Saracenen ontwaarden dit en begrepen, dat zij zich moesten overgeven of sterven, lieten de koningsdochter op het dek komen, die in het ruim weende en leidden die naar den voorsteven van het schip. Zij riepen Gerbino en doodden haar, terwijl zij voor zijn oogen genade en hulp smeekte, wierpen haar in zee en zeiden: Neem haar, wij geven haar gelijk wij kunnen en gelijk uw trouw het heeft verdiend. Gerbino, die hun wreedheid zag, verlangend te sterven, liet zich niet lettend op pijl of steen tot het schip naderen en daarop geklommen, ondanks zij, die zich daar bevonden, doodde hij vele Saracenen evenzoo als een hongerige leeuw onder een kudde kalven gekomen, die dan deze, dan gene ombrengt, en eerst zijn woede, welke de honger is, met zijn tanden en nagels verzadigt. Zoo deed hij het met een degen in de hand dan deze dan gene vermoordend. Reeds wies het vuur op het aangestoken schip en had hij er door zijn matrozen laten afhalen, wat de vijanden tot betaling kon dienen, toen hij er afdaalde met een niet zeer blijde overwinning op zijn tegenstanders behaald.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings