← Table of contents
De Decamerone van Boccaccio

Note 26 — Vierde Dag. (continued 2)

J. K. (Jacques Karel) Rensburg translation

Ten slotte ontbood hij Ruggieri en na hem te hebben gevraagd, waar hij den vorigen avond zijn onderkomen had gevonden, antwoordde hij, dat hij dit niet wist, maar dat hij zich wel herinnerde, dat hij zijn logies zou gaan zoeken bij de meid van maëstro Mazzeo, in wiens kamer hij den drank had gedronken, omdat hij zoo’n dorst had, maar dat hij niet wist, hoe het gebeurde, dat hij in de kist der woekeraars was gevonden. De rechter, die dit alles hoorde, en er groot pleizier van had, liet het de meid en Ruggieri en den timmerman en de woekeraars meermalen opnieuw vertellen. Toen hij ten slotte zag, dat Ruggieri onschuldig was, veroordeelde hij de woekeraars, die de kist hadden gestolen tot een geldboete van tien oncen26 en liet Ruggieri vrij. Hoezeer haar dit ten harte ging, hoeft men niet te vragen en de donna was er ten zeerste blij mee. Deze lachte er dikwijls om met hem en met de goede meid, die hem messteken had willen geven en beleefde er pleizier van, terwijl hun liefde en genoegen steeds van goed tot beter ging. En ik zou willen, dat het mij ook zoo ging, maar niet, dat ik in de kist wordt gestopt.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings