Note 25 — Vierde Dag. (continued 2)
J. K. (Jacques Karel) Rensburg translation
Toen de medicus dit hoorde, antwoordde hij, hoe kwaad hij ook geweest was, schertsend: Gij hebt u zelf geschonken, omdat gij, waar gij geloofde van nacht een jonge man te hebben, die u zeer goed de peluw zou schudden, je een slaapkop naast je hadt. Ga daarom en zorg voor de redding van uw minnaar en pas voortaan op hem niet meer in huis te brengen, want dan zal ik je die keer en deze betaald zetten. De meid, dien het scheen, dat zij voor den eersten stap goed te werk was gegaan, ging zoo gauw zij kon naar de gevangenis, waar Ruggieri zich bevond en vleide den bewaarder zoo, dat hij haar Ruggieri liet spreken. Zij, na hem te hebben verteld, wat hij voor den Stadico moest antwoorden, indien hij wilde vrij worden, deed zoo haar best, dat zij voor den rechter kwam. Deze, voor hij naar haar wilde luisteren, omdat zij flink en sterk was, wilde eerst eens zijn haak slaan in die dwaze meid van Onzen Lieven Heer25 en zij om gehoord te worden, had er niet op tegen en toen zij van die omhelzing was opgestaan, zeide zij: Heer, gij hebt Ruggieri van Jeroli als dief gevangen genomen, maar dat is niet waar. En met den aanvang beginnend vertelde zij hem de geschiedenis van stukje tot beetje, hoe zij als zijn minnares hem in het huis van den dokter had gebracht en hem er drank had te drinken gegeven in onwetendheid en hoe zij hem als een doode in de kist had gestopt; daarna vertelde zij, wat zij tusschen den meester-timmerman en den eigenaar van de kist had hooren praten en verklaarde zoo, hoe Ruggieri in het huis van de woekeraars kwam. De Stadico, die begreep, dat het gemakkelijk viel om te weten of het waar was, vroeg eerst aan den dokter of dat van dien drank een feit was. Toen liet hij den timmerman komen en hem aan wien de kist had behoord en de woekeraars en bevond na veel gepraat, dat de woekeraars de kist dien nacht hadden gestolen en in huis hadden gevoerd.