← Table of contents
De Decamerone van Boccaccio

Note 24 — Vierde Dag. (continued 2)

J. K. (Jacques Karel) Rensburg translation

Ruggieri, die een aardig dutje gedaan had, den drank al had verteerd en de kracht er van verwerkt, werd bij het naderen van den morgen wakker en daar hij door de bedwelming als geradbraakt was en zijn zinnen hun kracht hadden teruggekregen, bleef bij hem toch in de hersens een verbazing achter, welke niet alleen dien nacht, maar daarna verscheidene dagen hem buiten westen hield. Toen hij de oogen opende en niets zag en de handen hier en ginds uitstrekte en zich in die kist bevond, begon hij zijn herinneringen te verzamelen en tot zich zelf te zeggen: Wat is dat? Waar ben ik? Slaap ik of waak ik? Ik herinner mij toch, dat ik van avond in de kamer van mijn donna kwam en nu schijn ik in een kist te liggen. Wat wil dat zeggen? Zou de dokter zijn thuis gekomen of er een ander ding zijn gebeurd, waardoor de donna mij, die sliep, hier zou hebben verborgen? Ik geloof het en het zal zeker zoo zijn. Daarom begon hij zich stil te houden en te luisteren of hij iets gewaar werd. Toen hij dit lang had gedaan en hij het in de kist, die klein was, erg benauwd kreeg en zich geheel gekneusd voelde aan de zijde, waarop hij lag, wilde hij zich op de andere draaien, maar deed dit zoo bijdehand, dat hij met een der ribben tegen de kanten van de kist stootte, die niet op een gelijken vloer was geplaatst, en haar deed tuimelen en daarna vallen en met dien val maakte zij een groot geraas, zoodat de vrouwen, die naast elkaar sliepen, wakker werden, bang werden en uit angst zich stil hielden. Ruggieri wist niet wat te denken van den val van de kist, maar daar hij haar door dit voorval open zag, dacht hij het beter, dat er iets anders gebeurde dan er in te blijven. En daar hij niet wist, waar hij was en dan het eene, dan het andere zich verbeeldde, begon hij op den tast af door het huis te gaan om te weten of hij een trap of deur vond, waardoor hij weg kon komen. Toen de vrouwen, die wakker waren, hem hoorden stommelen, begonnen zij te roepen: Wie is daar? Ruggieri, die de stemmen niet kende, antwoordde niet; daarom begonnen de vrouwen de twee jonge mannen te roepen, die, omdat zij lang hadden gewaakt, vast sliepen en die van dit alles niets hadden bemerkt. Daarop stonden de vrouwen nog meer bevreesd geworden op, gingen naar de vensters en begonnen te schreeuwen: Houdt den dief! Houdt den dief! Toen liepen van verschillende plaatsen tal van buren, deze over het dak en gene van de eene en een derde van een andere zijde samen en traden het huis binnen en ook de jongelieden, ontwaakt door dit rumoer, stonden op. Ruggieri (die dit zag en door verbazing buiten zich zelve naar geen kant wou of kon vluchten) gaven zij gevangen in handen van de wachters van den baljuw dier gemeente, die daar op het leven waren toe geloopen. Voor den schout gebracht, omdat hij door allen voor een grooten schurk werd gehouden, werd hij dadelijk op de pijnbank gelegd en bekende in het huis van den woekeraar te zijn getreden om te stelen; daarom wilde de baljuw hem zonder uitstel laten opknoopen. Het nieuwtje werd ’s ochtends door heel Salerno verbreid, dat Ruggieri gevat was om te stelen in het huis der woekeraars. Toen de donna en de meid dit hoorden, waren zij zoo vol verbazing over dit nieuws, dat zij haast geloofden, dat, wat zij den afgeloopen nacht gedaan hadden, niet gebeurd was, doch slechts een droom geweest was. Maar bovendien voelde de donna over het gevaar, waarin Ruggieri verkeerde, zulk een smart, dat ze haast niet tot bedaren was te krijgen. Kort na drie uur, toen de medicus van Malfi teruggekeerd was, vroeg hij, waar de drank was gebleven, omdat hij zijn zieke wilde genezen en toen hij vond, dat de flesch leeg was, maakte hij een groot rumoer, dat er niets in het huis op zijn plaats bleef. De donna, die door erger smart gepijnigd werd, antwoordde woedend: Wat zoudt gij zeggen, meester, bij een gewichtige zaak, als gij voor zoo’n omgevallen flesch met drank al zoo’n spektakel maakt! Is er niet meer van te krijgen op de wereld? Hierop ging de maëstro voort: Vrouw, gij dacht, dat het klaar water was; het is het niet, maar een drank om te doen slapen. En hij vertelde haar, waarom hij die had bereid. Toen de donna dit had gehoord, meende zij, dat Ruggieri die gedronken had en hem daarom dood had geschenen en zeide: Maëstro, dat wisten wij niet en maakt u daarom een anderen. Kort daarop keerde de meid, die op bevel van mevrouw uit was gegaan om te weten, wat men van Ruggieri vertelde, terug en zeide: Madonna, men zegt van Ruggieri, dat hij een slechte kerel is en dat, naar wat ik kon vernemen, vriend noch verwant is opgestaan of het wil om hem te helpen, en men houdt het voor zeker, dat de Stadico24 hem morgen laat ophangen.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings