← Table of contents
De Decamerone van Boccaccio

Note 9 — Tweede Dag.

J. K. (Jacques Karel) Rensburg translation

Liefste donna’s, gij weet, dat na den dood van Keizer Frederik den Tweeden er in Sicilië een Koning was gekroond, die Manfredi heette. Bij deze bevond zich in groot aanzien en hooge waardigheid een napolitaansch edelman Arrighetto Capece;9 deze had tot echtgenoote een schoone en edele vrouw, Beritola Caracciola, ook afkomstig uit Napels. Deze Arrighetto had het bewind over het gemelde Koninkrijk Sicilië. Toen hij vernomen had, dat Karel de Eerste den slag bij Beneventum gewonnen en Koning Manfredi verslagen had, zag hij, dat het Rijk oproerig was en hij durfde niet vast vertrouwen op de ongewisse wankelmoedigheid der Sicilianen. Om niet de onderdaan des vijands van zijn Heer te worden, maakte hij zich gereed tot de vlucht. Maar de Sicilianen vernamen dit en leverden hem terstond met verscheidene andere vrienden en dienaren van Koning Manfredi over aan Koning Karel, wien zij ook dadelijk het bezit van het eiland in handen stelden. Madame Beritola wist bij deze groote omkeering met dat al niet, waar haar man heen was gegaan en bleef steeds bezorgd om hetgeen er gebeurd was. Daarom verliet zij uit vrees voor geweld en schennis harer eer al hare goederen en begaf zich scheep op een kleine bark met haar zoontje Giusfredi, ongeveer acht jaar oud en vluchtte zoo arm en nog van een ander zoontje zwanger, naar Lipari, waar zij het knaapje baarde, dat zij Scacciato, (den Verjaagden) noemde. Daar nam zij een voedster aan en ging met haar twee kinderen en de voedster in een klein scheepje om terug te keeren naar Napels bij haar verwanten. Maar het ging haar anders dan zij had verwacht. Want het scheepje, dat naar Napels zou zeilen, werd gedreven door een sterken tegenwind naar het eiland Ponzo,10 waar zij in een kleinen zeeboezem landden en moesten wachten om hun reis voort te zetten. Madame Beritola betrad evenals de anderen het eiland, waar zij een eenzame plaats vond ver uit den weg, en zij alleen zijnde om haar man begon te treuren en zijn ongeluk te beklagen Terwijl zij dit dagelijks deed, kwam in haar droefheid, zonder dat de schipper of iemand anders het bemerkte, er toevallig een galei met zeeroovers, die het andere zeevolk zonder slag of stoot gevangen namen en dadelijk wegvoeren. Toen Madame Beritola haar dagelijksche klachten eindigde, keerde zij weer naar het zeestrand terug om bij haar kinderen te komen, gelijk zij dat gewoon was. Maar toen zij daar niemand vond, verwonderde zij zich sterk. Zij vreesde voor wat er gebeurd kon zijn en richtte haar blikken in zee, waar zij de galei zag, die nog niet ver van land was en het kleine scheepje voortsleepte.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings