Note 4 — Tweede Dag.
J. K. (Jacques Karel) Rensburg translation
De knecht van Rinaldo, toen hij hem zag aanvallen, deed als een lafbek niets om hem te helpen, maar het paard gekeerd hebbende, waarop hij zat, ging die zoo hard hij kon naar het dorp Guiglielmo4 en daar overnachtte hij, toen het al laat was, zonder zich over iets te bekommeren. Rinaldo bleef in zijn hemd en barrevoets staan, terwijl het zeer koud was en sterk sneeuwde niet wetende wat te doen. Hij zag, dat het al nacht was. Bevend en klappertandend begon hij rond te kijken of er ergens in de buurt een schuilplaats was, waar hij gedurende den nacht kon blijven, opdat hij niet zou sterven van koude. Maar hij zag niets, omdat er kort te voren oorlog was gevoerd in de streek, waar alles was platgebrand, en voortgedreven door de koude, richtte hij zich haastig naar Castel Guiglielmo, hoewel hij niet wist of zijn knecht daar of elders heen gevlucht was en dacht, als hij er maar binnen kon komen, dat God hem wel eenige hulp zou verschaffen. Maar de donkere nacht verrastte hem op bijna een mijl afstand van de vesting, waardoor hij er zoo laat aankwam, dat de poorten al gesloten en de bruggen al opgehaald waren en hij er niet binnen kon komen. Daarom dwalend en troosteloos keek hij klagend rond, waar hij binnen kon gaan, zoodat het tenminste niet op hem sneeuwde en gelukkig zag hij een huis op de wallen van het kasteel, dat ietwat naar voren sprong, waaronder hij besloot tot den dageraad te blijven. Toen hij daarheen was gegaan, vond hij onder dien voorsprong een deur, die gesloten was, aan welker voet hij wat stroo ontdekte. Treurig en klagend legde hij zich er op neer, keerde zich herhaaldelijk bedroefd tot San Giuliano en zeide, dat dit niet overeenkwam met het geloof, dat hij in hem had. Maar San Giuliano, die op hem lette, bereidde hem zonder dralen een goede schuilplaats.