← Table of contents
De Decamerone van Boccaccio

Note 11 — Tweede Dag.

J. K. (Jacques Karel) Rensburg translation

Maar toen de edelman naar haar verlangen zijn honden tot zich had geroepen, gaf zij na lang vragen toe met te zeggen wie zij was en wat zij daar deed en verklaarde hun toen haar toestand, haar ongeluk en haar beslist voornemen. De edelman, die haar man zeer goed had gekend, hoorde dit alles aan en begon uit medelijden te schreien en deed zijn best met zachte woorden haar af te brengen van zulk een wreed plan. Hij beloofde haar weer in haar eigen huis te brengen of haar bij zich thuis te onderhouden in zulk een aanzien, alsof zij zijn eigen zuster was. Daar zou zij mogen blijven tot God haar meer geluk zou schenken. Toen zij deze schoone aanbieding niet wilde aannemen, heeft Messire Currado zijn huisvrouw tot haar laten gaan met den last haar aldaar eten te doen brengen en ook haar met eenige van haar kleeren uit het schip te voorzien, daar die van Madame Beritola al versleten waren, maar bovenal beval hij zijn ega aan al het mogelijke te doen haar mee te brengen. Die goede vrouw bleef daar bij haar, weende met haar bitter over haar ongeluk en liet haar kleeren en spijzen brengen en bracht haar met de grootste moeite van de wereld zoover, dat zij ten laatste nog in het eten daarvan bewilligde. Daar Madame Beritola beslist zeide nooit te willen komen op de plaats, waar zij bekend was, haalde zij na veel bidden die over, dat zij mede zou reizen tot Lunigiana met de twee geitjes en de moeder, die daar bij gekomen groote vriendschap bewees aan Madame Beritola en dat niet zonder groote verbazing van de edelvrouw. Toen het goed weer werd, is Madame Beritola met Messire Currado en zijn echtgenoote scheep gegaan en nam de geit met de twee jongen mede. Daar de anderen haar naam niet kenden, werd zij de Cavriuola (geitenmoeder) genoemd. Zij zeilden met den wind voor snel tot in den mond van de rivier Magra11. Daar zijn zij aan land gegaan in hun kasteel, waar Madame Beritola bij de echtgenoote van Messire Currado bleef wonen in weduw-kleeren als een van haar juffrouwen eerbaar, ootmoedig en gehoorzaam. Zij behield altijd groote liefde voor haar geitjes, die zij daar deed opvoeden.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings