← Table of contents
De Decamerone van Boccaccio

Note 16 — Derde Dag.

J. K. (Jacques Karel) Rensburg translation

Tedaldo hoorde dit en begon er over na te denken, hoevele en hoedanig de dwalingen waren, welke de geesten der menschen kunnen bevangen, ten eerste peinzend over de broeders, die een vreemde hadden beweend en in zijn plaats begraven en die daarna den onschuldige door valsche verdenking hadden beticht, die hem met onware getuigenissen hadden gedoemd te sterven en behalve dat de blinde strengheid der wetten en der rechters, die dikwijls genoeg als zoogenaamd ijverige zoekers naar de waarheid door martelingen het valsche doen bewijzen en die zich handlangers noemen der gerechtigheid en van God, terwijl zij de helpers zijn van het onrecht en van den duivel.16 Daarna keerde hij zijn gedachte naar de redding van Aldobrandino en stelde vast, wat hij te doen had. Toen hij ’s ochtends opstond, liet hij zijn knecht achter en toen het hem tijd scheen, ging hij alleen naar het huis van zijn donna. Toevallig vond hij de deur open, trad binnen en zag haar op den grond zitten in een klein, gelijkvloersch zaaltje, dat daar was, vol tranen en verdriet, waardoor hij uit medelijden schreide, haar naderde en sprak: Madonna, kwel U zelve niet; Uw vrede is nabij. De donna, dit hoorend, hief het hoofd op en zei weenend: Mijn goede man, gij schijnt mij een buitenlandsch pelgrim, wat weet gij van vrede of van mijn verdriet? Toen antwoordde de pelgrim: Madonna, ik ben van Constantinopel en ik ben sinds kort hier gezonden door God om Uw tranen in een lach te veranderen en Uw echtgenoot van den dood te bevrijden. Hoe, zeide de dame, als gij van Constantinopel zijt en sinds kort toch maar hier, weet gij wie mijn echtgenoot en ik zijn? De pelgrim, beginnend bij het begin, vertelde de heele geschiedenis van het ongeluk van Aldobrandino, zeide haar wie zij was, hoelang zij gehuwd was en meer andere dingen, die hij zeer goed uit zijn zaken kende. De donna was daarover zeer verwonderd, hield hem voor een profeet, knielde voor hem en verzocht hem bij God, als hij voor het heil van Aldobrandino was gekomen, voort te maken, daar de tijd kort was. De pelgrim, die voorgaf een zeer heilig man te zijn, zeide: Mevrouw, sta op, ween niet, let wel op hetgeen ik U zeggen zal en neemt U in acht dit nooit aan een ander te vertellen: Door hetgeen God mij heeft geopenbaard, is de kwelling, die gij thans ondervindt, het gevolg van een zonde, vroeger door U bedreven, welke God ten deele heeft willen uitwisschen met dit verdriet en Hij wil, dat gij U er geheel van bevrijdt, daar gij anders tot een grooter leed zult vervallen.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings