← Table of contents
De Decamerone van Boccaccio

Note 13 — Achtste Dag.

J. K. (Jacques Karel) Rensburg translation

Kort geleden leefde er in Florence een jonge vrouw, schoon van lichaam en trotsch van ziel, van zeer edele geboorte, bekoorlijk en begiftigd met de goederen der fortuin, Elena genaamd. Zij bleef als weduwe achter en wilde niet hertrouwen, daar zij op een schoonen en naar haar keus aardigen jonkman verliefd was. Van elke zorg bevrijd verheugde zij zich met behulp van haar meid, waarin zij veel vertrouwen stelde, verscheidene malen met hem. Intusschen keerde een edele jonkman, Rinieri, uit onze stad, die lang te Parijs had gestudeerd, vandaar terug, niet om zijn wetenschap voor geld weer te verkoopen, gelijk velen doen, maar om de reden en de oorzaak der dingen te doorgronden, wat een edelman ten zeerste past. Hij leefde als burger en zeer geëerd om zijn adel en om zijn geleerdheid. Maar zooals dikwijls plaats heeft, dat zij, die de meeste kennis hebben, zich het lichtst door de liefde laten verdwazen, geschiedde dit met Rinieri. Toen hij tot ontspanning naar een feest was gegaan, verscheen daar Elena voor zijn oogen, in het zwart gekleed, gelijk onze weduwen loopen, naar zijn oordeel zoo schoon en bekoorlijk, als hij er nog nooit een scheen gezien te hebben en hij meende, dat hij zich gelukkig mocht noemen, aan wien God de gunst schonk haar naakt in de armen te sluiten. Hij zag haar dikwijls aan en daar hij wist, dat groote en dure dingen niet zonder moeite te verkrijgen zijn, besloot hij alles aan te wenden om haar te behagen, opdat hij daardoor haar liefde zou veroveren en ten volle genieten. De jeugdige donna, die de oogen niet steeds naar de hel hield gericht13 maar die, zich hooger achtend dan zij was, ze gekunsteld deed rondstaren, merkte spoedig genoeg op, wie in haar behagen schepte. Toen zij Rinieri gewaar werd, sprak zij lachend in zichzelf:

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings