← Table of contents
De Decamerone van Boccaccio

Note 9 — Achtste Dag.

J. K. (Jacques Karel) Rensburg translation

Deze donna had een meid, die lang niet jong was, en zij had het misvormdste gezicht dat men ooit zag; een platten neus, een scheeven mond, dikke lippen, slechte en groote tanden en zij keek loensch en had altijd pijn in de oogen en had een groene en gele kleur, zoodat zij den zomer niet scheen doorgebracht te hebben in Fiesole9 maar in Sinigaglia. Behalve dat was zij mank en een weinig scheef aan den rechterkant. Zij heette Ciuta en omdat zij zulk een misvormd gezicht had, werd zij door elk man Ciutazza10 genoemd. Hoewel zij leelijk was, was zij bovendien snibbig. De donna sprak tot haar: Ciutazza, als gij mij vanavond een dienst wilt doen, zal ik u een mooi hemd geven. Toen Ciutazza van een hemd hoorde spreken, antwoordde deze: Madonna voor een hemd zal ik mij in het vuur werpen en meer nog. Welnu, zeide de donna, ik wil, dat gij vannacht in mijn bed slaapt met een man en dat gij hem liefkoost en zóó, dat het niet wordt opgemerkt door mijn broeders, want gij weet, dat die vlak bij u slapen. Ciutazza zeide: Desnoods wil ik er wel met zes in plaats van een slapen. Toen de avond viel, kwam messere de provoost en de twee jongelieden waren in hun kamer en lieten zich wel hooren; daarom ging de provoost tersluiks en in het donker in die van de donna naar bed en van den anderen kant Ciutazza. Mijnheer de provoost, die waande de donna aan zijn zijde te hebben, nam Ciutazza in zijn armen en begon haar te kussen zonder een woord te spreken en Ciutazza hem en hij begon zich met haar te bevredigen na langdurige begeerte.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings