← Table of contents
De Decamerone van Boccaccio

Note 1 — Achtste Dag.

J. K. (Jacques Karel) Rensburg translation

De heeren zoowel als de donna’s prezen gelijkelijk, wat Gulfardo de gierige Milaneesche gedaan had, toen de koningin zich tot Pamfilo keerde en hem glimlachend beval te volgen, en Pamfilo begon aldus: Schoone donna’s. Ik moet U een kleine novelle verhalen tegen hen gericht, die ons voortdurend benadeelen, zonder dat wij het hen kunnen doen, namelijk tegen de priesters, die een heiligen oorlog1 tegen onze vrouwen hebben ondernomen en wien het schijnt, dat zij slechts de kwijtschelding van schuld en boete verwerven, wanneer zij er een meester zijn geworden, alsof dit er mee gelijk staat, dat zij den Sultan zelf uit Alexandrië gebonden en wel naar Avignon2 zouden hebben gevoerd. De ongelukkige leeken kunnen het het hun niet leveren, hoewel zij met niet minder vuur hun wraak jegens hun moeders, hun zusters, hun vriendinnen en hun dochters uitoefenen dan, waarmee zij hun vrouwen aanvallen. En daarom ben ik van plan U een dorpsliefde te verhalen, lachwekkender om het slot dan om de lengte, waarvan gij als vrucht zult kunnen plukken, dat men van de priesters niet alles gelooven moet.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings