Note 36 — Achtste Dag. (continued 2)
J. K. (Jacques Karel) Rensburg translation
Salabaetto waande zich in het paradijs en had haar duizend keer aanschouwd, die zeer schoon leek en ieder uur, dat die slaven bleven, voor hij zich in haar armen kon werpen, scheen hem honderd jaar. Toen die eindelijk op bevel der donna na een aangestoken toorts in de kamer36 te hebben gelaten heengingen, omhelsden zij elkander en tot zeer groot genoegen van Salabaetto, wien het scheen dat zij door liefde tot hem werd verscheurd, bleven zij zoo een groot uur samen. Toen scheen het de donna tijd de slaven te laten komen; zij werden aangekleed na nogmaals gedronken en gegeten te hebben. Nadat het gezicht en de handen met die reukwaters gewasschen waren en zij vertrekken wilden, zeide de donna tot Salabaetto: Wanneer het u aangenaam is, zou het voor mij een groote gunst wezen, als gij vanavond in mijn huis kwaamt. Salabaetto, die door haar schoonheid en haar gekunstelde bekoring bevangen was, geloofde vast naar ziel en lichaam bemind te worden en antwoordde: Madonna, elk genoegen voor u is mij ten hoogste aangenaam en daarom zoowel van avond als altijd wil ik doen, wat u zal behagen. De donna naar huis teruggekeerd liet haar kamer goed versieren met kostbaarheden. Een prachtig avondmaal werd gereed gemaakt en zoo verwachtte zij Salabaetto. Deze ging, toen het donker was op weg, en na blijmoedig te zijn ontvangen, at hij met groote vreugde. Toen zij in de kamer binnen waren getreden, rook hij een wonderbare geur van aloë-hout en zag hij een bed zeer rijk met cyprische vogeltjes op de zuilen37 en vele schoone gewaden op mantelstokken. Al die dingen te samen deden hem denken, dat zij een groote donna moest zijn, en hoewel hij het tegenovergestelde had hooren mompelen, wilde hij het voor niets ter wereld gelooven en als hij had nagedacht, dat zij op die wijze iemand kon misleiden, had hij toch nooit kunnen gelooven, dat het hèm kon overkomen. Hij sliep dien nacht met haar met het grootste genoegen, steeds meer ontvlamd. Toen de morgen aanbrak, gaf zij hem een schoonen en aardigen gordel van zilver en een fraaie beurs en sprak: Mijn lieve Salabaetto, ik beveel mij bij u aan; mijn persoon is tot uw beschikking, al wat ik bezit en wat tot uw dienst kan zijn. Nadat Salabaetto haar blijde had omhelsd, ging hij haar huis uit en kwam daar, waar zich de andere kooplieden gewoonlijk ophielden.