Note 33 — Achtste Dag. (continued 2)
J. K. (Jacques Karel) Rensburg translation
Er bestond werkelijk destijds een orde van gedoopte (eigenlijk gebaadde) ridders, die zeer gezien en beroemd was en die de gewoonte had de nieuwelingen openlijk in de kerk in een bad te dompelen. De plechtigheid had met zeer groote praal plaats en daarom waren de kosten zeer hoog. Derhalve om hem niet wegens zijn gierigheid te verschrikken, verzekeren de schelmen, dat de gravin de kosten zal betalen, maar zij maken een woordspeling met dubbele beteekenis, want het bad, wat zij van plan zijn hem te geven, is er geen in water, maar in een … welriekende stof! ↑