← Table of contents
De afstamming van den mensch en de seksueele teeltkeus, deel 2 (van 2)

Note 13 — SECUNDAIRE SEKSUEELE KENMERKEN BIJ DEN MENSCH.

H. (Hermanus) Hartogh Heys van Zouteveen translation

De ontwikkeling van den baard en de behaardheid van het lichaam verschillen aanmerkelijk bij de menschen die tot verschillende rassen behooren, en zelfs bij de verschillende families in één en het zelfde ras. Wij, Europeanen, zien dat onder ons zelven. Op het eiland St. Kilda krijgen, volgens Martin13, de mannen geen baarden die daarenboven zeer dun zijn, voor zij dertig jaar of nog ouder zijn. Op het Europeesch-Aziatische vasteland heerschen baarden, tot wij aan gene zijde van Indië komen, hoewel zij bij de inboorlingen van Ceylon dikwijls ontbreken, zooals in oude tijden door Diodorus werd opgeteekend.14 Aan gene zijde van Indië verdwijnen de baarden, zooals bij de Siameezen, Maleiers, Kalmukken, Chineezen en Japanneezen; desniettemin zijn de Aino’s15 die de noordelijkste eilanden van den Japanschen archipel bewonen, de harigste menschen van de wereld. Bij de negers is de baard schraal of hij ontbreekt, en zij hebben bijna geen bakkebaarden; bij beide seksen ontbreekt het fijne wolhaar op het lichaam bijna geheel.16 De Papoea’s van Insulinde, die bijna zoo zwart als negers zijn, bezitten daarentegen goed ontwikkelde baarden.17 In den Stillen Oceaan hebben de bewoners van den Fidsji-archipel groote ruige baarden, terwijl die van de niet ver van daar gelegen archipels van Tonga en Samoa baardeloos zijn; maar deze menschen behooren tot verschillende rassen. In de Ellice-groep behooren al de inwoners tot het zelfde ras, en toch hebben alleen op één eiland, namelijk Nunemaya, „de mannen prachtige baarden”, terwijl zij op de andere eilanden in plaats van een baard slechts een dozijn alleenstaande haartjes hebben.18

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings