Note 1 — SECUNDAIRE SEKSUEELE KENMERKEN BIJ DEN MENSCH.
H. (Hermanus) Hartogh Heys van Zouteveen translation
Bij den mensch zijn de verschillen tusschen de seksen grooter dan bij de meeste soorten van apen (Quadrumana), maar niet zoo groot als bij sommige, bij voorbeeld den mandril. De man is gemiddeld aanmerkelijk grooter, zwaarder en sterker dan de vrouw, met meer vierkante schouders en sterker uitgedrukte spieren. Ten gevolge van de betrekking die bestaat tusschen de ontwikkeling van het spierstelsel en het vooruitsteken der wenkbrauwen1, zijn de wenkbrauwbogen gewoonlijk bij den man sterker uitgedrukt dan bij de vrouw. Zijn lichaam, en in het bijzonder zijn aangezicht, is hariger, en zijn stem heeft een verschillenden en krachtiger toon. Bij sommige rassen zegt men, dat de vrouwen eenigszins in kleur van de mannen verschillen. Zoo zegt b.v. Schweinfurth, sprekende van een negerin die tot de Monbuttoe’s behoorde, die het binnenland van Afrika eenige weinige graden benoorden den evenaar bewonen: „Gelijk bij haar geheele ras was haar huid verscheidene tinten lichter gekleurd dan dat van haar echtgenoot, en had zoo ongeveer de kleur van half-gebrande koffie.”2 Daar de vrouwen in het veld werken en geheel naakt gaan, is het niet aan te nemen, dat zij in kleur van de mannen verschillen, omdat zij minder aan weêr en wind zijn blootgesteld.