← Table of contents
De afstamming van den mensch en de seksueele teeltkeus, deel 2 (van 2)

Note 5 — SECUNDAIRE SEKSUEELE KENMERKEN BIJ DEN MENSCH.

H. (Hermanus) Hartogh Heys van Zouteveen translation

(5) Brehm („Thierleben”, Bd. I, blz. 39) zegt van den vrouwelijken H. agilis uit den Londenschen dierentuin, dat hij „somtijds zeer luid en wel op hoogst eigenaardige, van muzikaal gehoor getuigende wijze schreeuwde. Men kon het geschreeuw zeer goed in noten teruggeven. Het begon met den grondtoon E en steeg dan in halve tonen een vol octaaf naar boven, de chromatische toonladder doorloopende. De grondtoon bleef altijd hoorbaar en diende als voorslag voor elke volgende noot. Bij het opklimmen van de toonladder volgden de afzonderlijke tonen hoe langer hoe langzamer, bij het afdalen echter hoe langer hoe sneller en eindelijk buitengewoon snel op elkander. Het slot vormde telkens een gillenden schreeuw die met alle kracht werd uitgestooten. De regelmatigheid, snelheid en zekerheid waarmede het dier de toonladder uitschreeuwde, verwekte algemeene bewondering. Het scheen, alsof de gibbon zelve daardoor in de hoogste mate werd opgewekt; want elke spier spande zich en het lichaam geraakte in sidderende beweging.” Omtrent de luidheid van het geschreeuw der gibbons zegt Brehm (ibid.): „Het zijn de brulapen der oude wereld, de wekkers van de Maleische bergbewoners en tegelijkertijd de ergernis der stedelingen wien zij het verblijf op hun landhuizen verbitteren. Men moet hun geschreeuw een halve Engelsche mijl (804 meters) ver kunnen hooren.”

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings