← Table of contents
De afstamming van den mensch en de seksueele teeltkeus, deel 2 (van 2)

Note 71 — SECUNDAIRE SEKSUEELE KENMERKEN BIJ DEN MENSCH.

H. (Hermanus) Hartogh Heys van Zouteveen translation

Ongetwijfeld zijn de waarnemende vermogens van den mensch en de lagere dieren zoo ingericht, dat schitterende kleuren en zekere vormen, gelijk ook harmonische en rhythmische klanken hun genoegen doen en schoon worden genoemd; maar waarom dit zoo is, weten wij evenmin, als waarom sommige lichamelijke gevoelsgewaarwordingen aangenaam en andere onaangenaam zijn. Het is ongetwijfeld niet waar, dat er in ’s menschen geest de eene of andere algemeene en overal geldende maatstaf van schoonheid met betrekking tot het menschelijk lichaam bestaat. Het is echter mogelijk, dat zekere smaken in den loop des tijds erfelijk kunnen worden, hoewel ik geen feiten ken, die ten gunste van deze meening pleiten; en indien dit zoo ware, zou elk ras zijn eigen aangeboren idealen maatstaf van schoonheid bezitten. Men heeft beweerd71, dat leelijkheid bestaat in een toenadering tot het maaksel der lagere dieren, en dit is ongetwijfeld waar bij de meer beschaafde volken bij welke het verstand hoog wordt gewaardeerd; maar een tweemaal zoover vooruitstekende neus, of tweemaal zoo groote oogen als gewoonlijk, zou geen toenadering in maaksel tot eenig lager dier en toch afgrijselijk leelijk zijn. De menschen van elk ras geven de voorkeur aan hetgeen zij gewoon zijn te zien; zij kunnen volstrekt geen groote verandering verdragen; maar zij houden van verscheidenheid en bewonderen elk kenmerkend punt dat tot een matig uiterste is gedreven.72 Menschen welke aan een ongeveer ovaal aangezicht, aan rechte en regelmatige gelaatstrekken, en aan levendige kleuren gewoon zijn, bewonderen, gelijk wij, Europeanen, weten, deze punten, als zij sterk ontwikkeld zijn. Daarentegen bewonderen menschen die aan een breed gelaat met hooge jukbeenderen, een ingedrukten neus en een zwarte huid gewoon zijn, deze punten, wanneer die sterk ontwikkeld zijn. Ongetwijfeld kunnen kenmerken van allerlei soort gemakkelijk te veel ontwikkeld zijn om schoon te wezen. Daarom zal een volmaakte schoonheid die vele op een bijzondere wijze gewijzigde kenmerken vereischt, in elk ras een wonder zijn. Gelijk de groote ontleedkundige Bichat reeds voor langen tijd zeide, zou, indien iedereen in den zelfden vorm was gegoten, zulk een zaak als schoonheid niet bestaan. Indien al onze vrouwen zoo schoon als de Venus de Medici waren, zouden wij een tijd lang bekoord zijn; maar spoedig zouden wij naar verscheidenheid verlangen, en zoodra wij verscheidenheid hadden verkregen, zouden wij wenschen, dat sommige kenmerken bij onze vrouwen een weinig boven den bestaanden algemeenen standaard waren ontwikkeld.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings