Note 57 — SECUNDAIRE SEKSUEELE KENMERKEN BIJ DEN MENSCH.
H. (Hermanus) Hartogh Heys van Zouteveen translation
De Banyai van het meer zuidelijke gedeelte van het vasteland zijn negers; „maar een groot aantal van hen zijn van een lichte op koffie met melk gelijkende kleur, en die kleur wordt inderdaad door het geheele land heên voor schoon gehouden”; zoodat wij hier een verschillenden maatstaf van smaak hebben. Bij de Kaffers die veel van de Negers verschillen, is „de huid, behalve onder de stammen in de nabijheid van de Delagoa-baai, over het algemeen niet zwart, daar de heerschende kleur een mengsel van zwart en rood en de meest gewone schakeering chocoladebruin is. Een donkere huidskleur wordt, daar zij het meest algemeen is, natuurlijk het hoogst geschat. Te hooren, dat hij licht van kleur is, of op een blanke gelijkt, zou bij een Kaffer voor een zeer schraal compliment worden gehouden. Ik heb van éénen rampzaligen man gehoord, die zoo bijzonder blank was, dat geen enkel meisje hem wilde huwen.” Een der titels van den koning der Zoeloe-Kaffers is: „Gij die zwart zijt.”57 De heer Galton merkte, met mij over de inboorlingen van Zuid-Afrika sprekende, op, dat hun denkbeelden van schoonheid zeer verschillend van de onze schijnen te zijn; want in éénen stam werden twee slanke, tengere en mooie meisjes door de inboorlingen niet bewonderd.