← Table of contents
De afstamming van den mensch en de seksueele teeltkeus, deel 2 (van 2)

Note 44 — SECUNDAIRE SEKSUEELE KENMERKEN BIJ DEN MENSCH.

H. (Hermanus) Hartogh Heys van Zouteveen translation

Evenals bij ons hoofdzakelijk het gelaat wegens zijn schoonheid wordt bewonderd, is het bij de wilden de hoofdzetel der verminking. In alle deelen der wereld worden het neusschot en zeldzamer de neusvleugels doorboord en in de gaten ringen, stukken hout, vederen en andere sieraden gestoken. De ooren worden overal doorboord en op soortgelijke wijze versierd, en bij de Botocudo’s en Lengua’s van Zuid-Amerika wordt het gat langzamerhand zooveel grooter gemaakt, dat de onderste rand van de oorlel den schouder aanraakt. In Noord- en Zuid-Amerika en in Afrika wordt hetzij de boven-, hetzij de onderlip doorboord, en bij de Botocudo’s is het gat in de onderlip zoo groot, dat een houten schijf van een decimeter middellijn er in wordt geplaatst. Mantegazza geeft merkwaardige mededeelingen omtrent de schaamte die een inboorling van Zuid-Amerika gevoelde, en van de bespotting waaraan hij zich blootstelde, toen hij zijn tembeta verkocht,—het groote gekleurde stuk hout, dat door het gat wordt gestoken. In Centraal-Afrika doorboren de vrouwen de onderlip en dragen een kristal daarin, dat ten gevolge van de beweging van de tong „gedurende het gesprek een onbeschrijfelijke belachelijke trillende beweging” aanneemt. De vrouw van het opperhoofd van Latoeka zeide aan Sir S. Baker44, dat „diens vrouw er veel beter uit zou zien, als zij de vier voorste tanden uit haar onderkaak wilde trekken en het lange puntige gepolijste kristal in haar onderlip wilde dragen.” Verder zuidwaarts bij de Makololo wordt de bovenlip doorboord en een groote ring van metaal en bamboes, pelelé genaamd, in het gat gedragen. Dit maakte in één geval, dat de lip vijf centimeter voor de punt van den neus uitstak, en als de dame lachte, hief de samentrekking der spieren de lip tot over de oogen op. „Waarom dragen de vrouwen deze dingen?” werd aan het eerwaardige opperhoofd Chinsurdi gevraagd. Blijkbaar verwonderd over zulk een domme vraag, antwoordde deze: „Voor het mooi! Het zijn de eenige mooie dingen die de vrouwen hebben; de mannen hebben baarden, de vrouwen niet. Wat voor een soort van persoon zou zij zijn zonder de pelelé? Zij zou in het geheel geen vrouw zijn met een mond evenals een man, doch zonder baard.”45

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings