Note 24 — SECUNDAIRE SEKSUEELE KENMERKEN BIJ DEN MENSCH.
H. (Hermanus) Hartogh Heys van Zouteveen translation
Wanneer nu twee mannen, of een man en een vrouw, die alle geestvermogens in gelijke volkomenheid bezitten, met uitzondering dat de eene grooter geestkracht, volharding en moed heeft, met elkander in wedstrijd komen, zal over het algemeen die eene de uitnemendste blijken te zijn en de zegepraal behalen, wat ook het onderwerp van den wedstrijd moge zijn.24 Hij mag worden gezegd genie te bezitten: want een groote autoriteit heeft verklaard, dat genie geduld is, en geduld, in dezen zin, beteekent onversaagde, onbezweken volharding. Dit begrip van genie is echter wellicht onvolledig; want zonder de hoogere vermogens van verbeeldingskracht en rede kan men in vele zaken niet op uitnemende wijze slagen. Deze laatste vermogens zullen zich echter even goed als de vorige bij den man hebben ontwikkeld, gedeeltelijk door de seksueele teeltkeus,—dat is, door den wedstrijd van de mannetjes die elkanders medeminnaars waren, en gedeeltelijk door natuurlijke teeltkeus,—dat is, door voorspoed in den algemeenen strijd om het leven; en daar in beide gevallen de strijd gedurende den volwassen leeftijd plaats zal hebben gehad, zullen de daardoor verkregen kenmerken meer volkomen op de mannelijke dan op de vrouwelijke nakomelingschap zijn overgeplant. Het komt met de meening, dat sommige onzer vermogens door seksueele teeltkeus zijn gewijzigd of versterkt, overeen, ten eerste, dat zij, gelijk algemeen wordt aangenomen, tegen den tijd waarop men manbaar wordt, een aanmerkelijke verandering ondergaan, en, ten tweede, dat gesnedenen gedurende hun geheele leven in die zelfde hoedanigheden lager ontwikkeld blijven. Zoo is ten laatste de man verstandelijk de meerdere van de vrouw geworden. Het is inderdaad gelukkig, dat de wet van gelijke overplanting van kenmerken op beide seksen over het geheel door de geheele Klasse der Zoogdieren heên de overhand heeft behouden; want het is waarschijnlijk, dat anders de man in geestelijke begaafdheid evenveel uitnemender zou zijn geworden dan de vrouw, als de pauw in sierlijkheid van gevederte uitnemender is geworden dan de pauwin.