← Table of contents
De afstamming van den mensch en de seksueele teeltkeus, deel 2 (van 2)

Note 37 — SECUNDAIRE SEKSUEELE KENMERKEN BIJ DE ZOOGDIEREN.

H. (Hermanus) Hartogh Heys van Zouteveen translation

Uit dit oogpunt was ik zeer verlangend mededeelingen te verkrijgen omtrent den Schotschen hertenhond van welken de seksen meer in grootte verschillen, dan die van eenig ander hondenras (hoewel zij bij bloedhonden aanmerkelijk verschillen), of dan die van eenige wilde hondensoort die mij bekend is. Ik wendde mij daarom tot den heer Cupples, een welbekend fokker van deze honden, die vele van zijn eigen honden heeft gewogen en gemeten en die met groote vriendelijkheid de volgende feiten voor mij uit onderscheidene bronnen bijeen heeft verzameld. Uitstekende reuen zijn aan den schouder gemeten van 71 centimeter, wat voor weinig geldt, tot 83 of zelfs 86 centimeters hoog, en wegen van 36, hetgeen laag is, tot 54, of zelfs meer kilogrammen. De teven zijn van 58 tot 68 of zelfs 71 centimeters hoog, en wegen 22 tot 32, of zelfs 36 kilogram.37 De heer Cupples besluit, dat van 43 tot 45 kilogram voor de reuen en 32 voor de teven een goed middelgetal zou zijn; maar er is reden om te gelooven, dat vroeger beide seksen een hooger gewicht bereikten. De heer Cupples heeft jonge honden gewogen, toen zij veertien dagen oud waren; bij een werpsel overtrof het gemiddelde gewicht van vier reuen dat van twee teven met 184 gram; bij een ander werpsel overtrof het gemiddelde gewicht van vier reuen dat van ééne teef met minder dan 28 gram; de zelfde reuen overtroffen, toen zij drie weken oud waren, de teef met 396 gram en op den leeftijd van zes weken met bijna 212 gram. De heer Wright van Yeldersley House zegt in een brief aan den heer Cupples: „Ik heb aanteekening gehouden van de grootte en het gewicht van jonge honden van vele werpsels, en, zoover mijn ondervinding gaat, verschillen jonge reuen zeer weinig van teven, totdat zij omtrent vijf of zes maanden oud zijn; en dan beginnen de reuen te groeien, en winnen op de teven zoowel in grootte als in gewicht. Bij de geboorte en nog verscheidene weken daarna zal een jonge teef nu en dan grooter zijn dan één van de reuen; maar later worden zij zonder uitzondering door hen overtroffen.” De heer McNeill van Colinsay komt tot het besluit, dat „de reuen hun volkomen grootte niet bereiken, voor zij over de twee jaar oud zijn, hoewel de teven die spoediger bereiken.” Volgens de ondervinding van den heer Cupples gaan reuen voort met in grootte toe te nemen, tot zij twaalf of achttien, en in gewicht, tot zij van achttien tot vier-en-twintig maanden oud zijn, terwijl de teven ophouden met in grootte toe te nemen op den leeftijd van negen tot veertien of vijftien maanden en in gewicht op den leeftijd van twaalf tot vijftien maanden. Uit deze verschillende mededeelingen blijkt duidelijk, dat het verschil in grootte tusschen den reu en de teef van den Schotschen hertenhond eerst vrij laat in het leven zijn toppunt bereikt. Bij de jacht worden bijna uitsluitend reuen gebruikt; want, naar de heer McNeill mij meldt, hebben de teven geen genoegzame kracht en gewicht om een volwassen hert naar beneden te trekken. Uit de in oude legenden gebruikte namen blijkt het, naar ik van den heer Cupples hoor, dat in een zeer oud tijdvak de reuen het meest werden gevierd, terwijl de teven alleen als de moeders van beroemde honden worden vermeld. Het is gedurende vele geslachten het mannetje geweest, wiens kracht, grootte, vlugheid en moed voornamelijk zijn beproefd, en de beste zullen voor de verdere aanfokking zijn gebruikt. Daar de mannetjes echter hun volle grootte niet eer dan in een vrij laat levenstijdperk verkrijgen, zullen zij, in overeenstemming met de meermalen aangewezen wet, een neiging hebben bezeten om hun kenmerken alleen op hun mannelijke nakomelingschap over te planten; en op die wijze moet waarschijnlijk de aanmerkelijke ongelijkheid in grootte tusschen de seksen van den Schotschen hertenhond worden verklaard.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings