Note 30 — SECUNDAIRE SEKSUEELE KENMERKEN BIJ DE ZOOGDIEREN.
H. (Hermanus) Hartogh Heys van Zouteveen translation
Zeer weinige mannelijke zoogdieren bezitten wapenen van twee verschillende soorten, bijzonder ingericht om met mededingende mannetjes te vechten. Het mannelijk muntjac-hert (Cervulus) maakt hierop echter een uitzondering, daar hij van horens en van uitstekende hoektanden is voorzien. Doch de eene vorm van wapen is dikwijls in den loop der eeuwen door een anderen vorm vervangen, zooals wij mogen afleiden uit hetgeen volgt. Bij Herkauwende Dieren staat de ontwikkeling van horens over het algemeen in omgekeerde reden met die van zelfs slechts matig ontwikkelde hoektanden. Zoo zijn de kameelen, wilde lama’s, dwergherten en muskusdieren hoornloos, en zij hebben werkzame hoektanden die „bij de wijfjes altijd kleiner zijn dan bij de mannetjes.” De Camelidae hebben in haar bovenkaken, behalve haar ware hoektanden, nog een paar hoektandvormige snijtanden.30 Mannelijke herten en antilopen daarentegen bezitten horens, en zij hebben zelden hoektanden; en deze zijn, wanneer zij voorhanden zijn, altijd van geringe grootte, zoodat het twijfelachtig is, of zij bij hun gevechten van eenigen dienst zijn. Bij Antilope montana bestaan zij alleen als rudimenten bij het jonge mannetje en verdwijnen, als hij oud wordt; en zij ontbreken bij het wijfje op alle leeftijden; doch bij de wijfjes van sommige andere antilopen heeft men waargenomen, dat zij nu en dan rudimenten van deze tanden vertoonen.31 Hengsten hebben kleine hoektanden die bij de merrie hetzij geheel ontbreken of rudimentair zijn; maar zij schijnen bij het vechten niet te worden gebruikt; want hengsten bijten met hun snijtanden en doen hun bekken niet wijd open gelijk kameelen en wilde lama’s. In alle gevallen waarin het mannetje hoektanden in een tegenwoordig niet werkzamen staat bezit, terwijl het wijfje er òf in het geheel geen òf eenvoudig rudimenten er van bezit, mogen wij besluiten, dat de vroegere mannelijke stamvader van de soort van werkzame hoektanden was voorzien, die gedeeltelijk op het wijfje waren overgebracht. Het kleiner worden van deze tanden bij de mannetjes schijnt het gevolg te zijn geweest van eenige verandering in hun wijze van vechten, dikwijls (maar niet in het geval van het paard) veroorzaakt door de ontwikkeling van nieuwe wapenen.