← Table of contents
De afstamming van den mensch en de seksueele teeltkeus, deel 2 (van 2)

Note 2 — SECUNDAIRE SEKSUEELE KENMERKEN BIJ DE ZOOGDIEREN.

H. (Hermanus) Hartogh Heys van Zouteveen translation

Van alle mannelijke dieren die van bijzondere wapenen voor het gevecht zijn voorzien, is het bekend, dat zij elkander vinnig bevechten. De moed en wanhopende gevechten van herten zijn dikwijls beschreven; in verschillende werelddeelen heeft men hun geraamten gevonden, met de horens onontwarbaar in elkander gestrengeld, aantoonende, hoe ellendig overwinnaar en overwonnene waren omgekomen.3 Geen dier ter wereld is zoo gevaarlijk als de olifant in den bronstijd. Lord Tankerville heeft mij een levendige beschrijving gegeven van de gevechten tusschen de wilde stieren van Chillingham Park, de afstammelingen ontaard in lichaamsgrootte, maar niet in moed, van het reusachtige rund der voorwereld (Bos primigenius). (2) In 1861 streden verscheidene met elkander om de oppermacht; en men nam waar, dat twee van de jongere stieren den ouden leider van de kudde gezamenlijk aanvielen, hem overwonnen en buiten gevecht stelden, zoodat de boschwachters geloofden, dat hij doodelijk gewond in een naburig woud lag. Doch eenige weinige dagen later naderde een van de jonge stieren alleen het woud; en toen kwam de „koning der jacht” die zich slechts om wraak te nemen, schuil had gehouden, daaruit te voorschijn en doodde in korten tijd zijn tegenstander. Daarna begaf hij zich wederom rustig naar de kudde en voerde daar nog langen tijd onbetwist de heerschappij. Admiraal Sir B. J. Sulivan meldt mij, dat hij, toen hij op de Falklands-eilanden verblijf hield, een jongen Engelschen hengst invoerde, die met acht merries de heuvels nabij Port William veelvuldig bezocht. Op deze heuvels bevonden zich twee wilde hengsten, elk met een kleine kudde merries; „en het is zeker, dat deze hengsten elkander nooit zouden zijn genaderd zonder te vechten.” Beide hadden afzonderlijk beproefd met den Engelschen hengst te vechten en zijn merries weg te drijven, doch waren daarin niet geslaagd. Op zekeren dag kwamen zij te zamen en vielen hem aan. Dit werd gezien door den kapitein aan wien de zorg voor de paarden was opgedragen, en die, naar de plaats toe rijdende, een van de beide hengsten met den Engelschen hengst in gevecht vond, terwijl de andere bezig was de merries weg te drijven, en er reeds vier van de overige had gescheiden. De kapitein maakte een einde aan de zaak, door het geheele gezelschap in de kraal („corral”) te drijven; want de wilde hengsten wilden de merries niet verlaten.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings