Note 4 — SECUNDAIRE SEKSUEELE KENMERKEN BIJ DE ZOOGDIEREN.
H. (Hermanus) Hartogh Heys van Zouteveen translation
(4) Van der Hoeven („Handboek der Dierkunde”, 2de uitgave, Deel II, blz. 633) merkt, na te hebben vermeld, dat zich bij gesneden herten geen horens ontwikkelen, of zoo zij reeds, voor de castratie plaats had, waren ontwikkeld, niet meer afvallen, in een noot op: „Van het rendier nochtans zegt Linnaeus, „castratus quotannis cornua deponit”, Syst. nat. I, ed. 12, p. 93. Het zelfde wordt ook door Sundevall tegen latere tegenspraak verdedigd.” Dit feit is in volkomen overeenstemming met de vroege ontwikkeling der horens bij beide seksen van het rendier, waardoor zij als het ware ophouden een seksueel kenmerk te zijn.51 Bij de overige soorten van herten bij welke de horens en hun geregeld jaarlijks afvallen tot de mannelijke sekse zijn beperkt, is het duidelijk, dat wanneer de speciaal seksueele ontwikkeling door de castratie is gestuit, de horens zich niet meer ontwikkelen, of, als zij vóór de castratie waren ontwikkeld, niet meer afvallen.