← Table of contents
De afstamming van den mensch en de seksueele teeltkeus, deel 2 (van 2)

Note 49 — SECUNDAIRE SEKSUEELE KENMERKEN BIJ DE ZOOGDIEREN.—VERVOLG

H. (Hermanus) Hartogh Heys van Zouteveen translation

Hoewel, volgens onzen smaak, vele soorten van apen ver van schoon zijn, worden andere soorten algemeen bewonderd wegens hun bevallig uiterlijk en levendige kleuren. De Semnopithecus nemaeus, hoewel op bijzondere wijze gekleurd, wordt als uiterst fraai beschreven; het oranjekleurig gelaat wordt omgeven door lange bakkebaarden van een glanzend witte kleur, met een lijn van roodachtig kastanjebruin over de wenkbrauwen; de pels op den rug is van een teeder grijs, met een vierhoekige vlek op de lendenen; de staart en de voorarmen zijn allen zuiver wit; boven de borstkas vindt men een kastanjebruine keel; het achterste gedeelte van de dijen is zwart, en de beenen zijn roodachtig kastanjebruin. Ik wil nog slechts twee andere apen wegens hun schoonheid vermelden en heb deze uitgezocht, daar zij kleine seksueele kleurverschillen vertoonen, hetgeen eenigermate waarschijnlijk maakt, dat beide seksen hun bevallig uiterlijk aan seksueele teeltkeus hebben te danken. Bij den knevelaap (Cercopithecus cephus) is de algemeene kleur van den pels groenachtig gevlekt, met witte keel; bij het mannetje is het uiteinde van den staart kastanjebruin; doch het gelaat is het meest versierde gedeelte, daar de huid er van grootendeels blauwachtig grijs is, onder de oogen in een zwartachtige tint overgaande, met de bovenlip van een teeder blauw, langs den benedenrand met een dunnen zwarten knevel versierd; de bakkebaarden zijn oranjekleurig, met een zwart bovengedeelte en vormen een band die zich achterwaarts tot de ooren uitstrekt, welke laatsten met witachtige haren zijn versierd. In den Londenschen dierentuin heb ik dikwijls de bezoekers de schoonheid van een anderen aap hooren bewonderen, die naar verdienste de Diana-aap (Cercopithecus Diana, Fig. 77) wordt genoemd; de algemeene kleur van den pels is grijs; de borst en de binnenzijde van de voorpooten zijn wit; een groote scherp begrensde driehoekige ruimte op het achterste gedeelte van den rug is rijk kastanjebruin; bij het mannetje zijn de binnenzijden der dijen en de onderbuik teeder vaalbruin, en de kruin van den kop is zwart; het gelaat en de ooren zijn donkerzwart en steken fraai af bij een dwarsen witten haarkam die over de wenkbrauwen loopt, en bij een langen witten puntbaard waarvan het basale gedeelte zwart is.49

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings