← Table of contents
De afstamming van den mensch en de seksueele teeltkeus, deel 2 (van 2)

Note 47 — SECUNDAIRE SEKSUEELE KENMERKEN BIJ DE ZOOGDIEREN.—VERVOLG

H. (Hermanus) Hartogh Heys van Zouteveen translation

Ten opzichte van de vreemde wijze waarop beide seksen van sommige soorten zijn gekleurd en de schoonheid van andere, zullen weinige voorbeelden voldoende zijn. Het gelaat van Cercopithecus petaurista (Fig. 76) is zwart, terwijl de bakkebaarden en kinbaard wit zijn, met een scherp begrensde ronde witte vlek op den neus, die met kort wit haar is bedekt, hetgeen aan het dier een bijna belachelijk uiterlijk geeft. Ook Semnopithecus frontatus heeft een zwartachtig gelaat met een langen zwarten baard en een groote naakte plek van blauwachtig witte kleur op het voorhoofd. Het gelaat van Macacus lasiotus heeft een vuile vleeschkleur met een scherp begrensde roode vlek op elke wang. Cercopithecus aethiops heeft een potsierlijk uiterlijk met zijn zwart gelaat, witte bakkebaarden en halskraag, kastanjebruinen kop en een groote naakte witte vlek over elk ooglid. Bij zeer vele soorten zijn de kinbaard, bakkebaarden en haarkammen rondom het gelaat van een andere kleur dan het overige gedeelte van den kop en zijn in dit geval altijd van een lichter tint47, dikwijls zuiver wit, somtijds helder geel of roodachtig. Het geheele gelaat van den Zuid-Amerikaanschen Brachyurus calvus heeft een „gloeiende scharlakenroode tint”; maar deze kleur verschijnt niet voor het dier bijna volwassen is.48 De naakte huid van het gelaat verschilt bij de onderscheidene soorten verwonderlijk veel in kleur. Zij is dikwijls bruin of vleeschkleurig, met volkomen witte gedeelten, en dikwijls zoo zwart als die van den meest roetzwarten neger.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings