← Table of contents
De afstamming van den mensch en de seksueele teeltkeus, deel 2 (van 2)

Note 7 — SECUNDAIRE SEKSUEELE KENMERKEN BIJ DE ZOOGDIEREN.—VERVOLG

H. (Hermanus) Hartogh Heys van Zouteveen translation

Wij hebben in een vorig hoofdstuk gezien dat, wanneer jonge dieren, tot welke Klasse zij ook behooren, bijna de zelfde levenswijze leiden als hun ouders en toch op verschillende wijze zijn gekleurd, wij daaruit het besluit mogen trekken, dat zij de kleur van den eenen of anderen ouden en uitgestorven stamvader hebben bewaard. In de Familie der Zwijnen en in het geslacht Tapirus zijn de jongen met overlangsche strepen beteekend en verschillen dus van de volwassenen van alle levende soorten in deze beide groepen. Bij vele soorten van Herten zijn de jongen met bevallige witte vlekken beteekend, van welke de ouders geen spoor vertoonen. Een reeks van trapsgewijze overgangen kan worden gevolgd van het Axis-hert van hetwelk beide seksen op alle leeftijden en gedurende alle jaargetijden fraai zijn gevlekt (terwijl het mannetje iets sterker is gekleurd dan het wijfje)—tot soorten bij welke noch de ouden noch de jongen zijn gevlekt. Ik wil eenige termen van deze reeks opnoemen. Het Mantchoerijsche hert (Cervus Mantchuricus) is gedurende het geheele jaar gevlekt; maar, gelijk ik in den Londenschen dierentuin heb gezien, zijn de vlekken veel duidelijker gedurende den zomer, als de algemeene kleur van de vacht lichter is, dan gedurende den winter, wanneer de algemeene kleur donkerder is en de horens volkomen zijn ontwikkeld. Bij het zwijnshert (Hyelaphus porcinus) vallen de vlekken zeer sterk in het oog gedurende den zomer, als de vacht roodachtig bruin is, maar verdwijnen geheel en al gedurende den winter, wanneer de vacht bruin is.42 Bij beide deze soorten zijn de jongen gevlekt. Bij het Virginische hert zijn de jongen eveneens gevlekt, en omstreeks vijf percent van de volwassen dieren die in Judge Caton’s park leven, vertoonen, naar hij mij heeft medegedeeld, tijdelijk gedurende het tijdperk waarin zij bezig zijn met het roode zomerkleed tegen het blauwachtige winterkleed te verruilen, een rij vlekken op elke zijde, die altijd evenveel in getal, hoewel zeer verschillend in duidelijkheid zijn. Van dezen toestand is er nog slechts een zeer kleine stap tot volkomen afwezigheid van vlekken in alle jaargetijden bij de volwassenen, en eindelijk tot hun afwezigheid op alle leeftijden, gelijk bij sommige soorten het geval is. Uit het bestaan van deze volkomen reeks, en meer bijzonder uit het gevlekt zijn van de jongen van zoovele soorten mogen wij het besluit trekken, dat de nu levende leden van de Familie der Herten de afstammelingen zijn van de eene of andere soort die, evenals het Axis-hert, op alle leeftijden en in alle jaargetijden was gevlekt. Een nog ouder voorvader geleek waarschijnlijk tot op zekere hoogte op Hyomoschus aquaticus;—want dit dier is gevlekt, en de ongehorende mannetjes hebben groote, naar buiten uitstekende hoektanden van welke eenige weinige ware herten rudimenten hebben bewaard. Dit dier levert ons ook een van die belangwekkende gevallen op van een vorm die twee groepen met elkander verbindt; want door sommige osteologische kenmerken staat het tusschen de Dikhuidigen (Pachydermata) en de Herkauwende Dieren (Ruminantia) in die men vroeger voor volkomen onderscheiden hield.43 (7)

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings