← Table of contents
De afstamming van den mensch en de seksueele teeltkeus, deel 2 (van 2)

Note 2 — SECUNDAIRE SEKSUEELE KENMERKEN BIJ DE VOGELS.

H. (Hermanus) Hartogh Heys van Zouteveen translation

Zingen is tot op zekere hoogte, gelijk in een vorig hoofdstuk is aangetoond, een kunst, en wordt door oefening veel verbeterd. Men kan vogels onderscheidene deuntjes leeren en zelfs de onwelluidende huismusch heeft men geleerd om als een kneutje te zingen. Zij verkrijgen den zang van hun pleegvaders35 en somtijds dien van hun naburen.36 Alle gewone zangvogels behooren tot de Orde der Roestvogels (Insessores), en hun stemorganen zijn veel samengestelder dan die van de meeste andere vogels; toch is het een vreemd feit, dat sommige Roestvogels (Insessores), zooals raven, kraaien en eksters, de tot zingen dienende inrichting bezitten37, hoewel zij nimmer zingen, en in den natuurstaat hun stemmen niet in eenigszins groote mate wijzigen. (2) Hunter verzekert38, dat bij de ware zangvogels de spieren van het strottenhoofd (larynx) (3) bij de mannetjes sterker zijn dan bij de wijfjes; maar op deze geringe uitzondering na is er geen verschil tusschen de stemorganen der beide seksen, hoewel de mannetjes der meeste soorten zooveel beter en aanhoudender zingen dan de wijfjes.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings